Jaarrekening

Balans per 31 december 2019

(na winstbestemming)

Activa

(in duizenden euro's)

Activa
    2019 2018
A. VASTE ACTIVA      
I Vastgoedbeleggingen    
1. DAEB vastgoed in exploitatie 734.026 638.231
2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 32.803 30.761
3. Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 0 7.316
    766.829 676.308
       
II Materiële vaste activa    
4. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 1.442 893
       
III Financiële vaste activa    
5. Latente belastingvordering(en) 1.408 2.025
6. Overige effecten 1 1
    1.409 2.026
       
B. VLOTTENDE ACTIVA      
I Voorraden    
7. Overige voorraden 469 380
    469 380
       
II Vorderingen    
8. Huurdebiteuren 510 268
9. Belastingen en sociale verzekeringen 0 1.087
10. Overige vorderingen 423 135
11. Overlopende activa 890 202
    1.823 1.693
       
III Liquide middelen 5.588 6.479
       
Totaal activa   777.560 687.778

Passiva

(in duizenden euro's)

Passiva
  2019 2018
C. EIGEN VERMOGEN      
12. Herwaarderingsreserve 440.424 369.682
13. Overige reserve 122.846 112.797
    563.270 482.479
       
D. VOORZIENINGEN      
14. Voorziening onrendabele investeringen 48 0
15. Reorganisatievoorziening 77 85
16. Overige voorzieningen 322 320
    446 405
       
E. LANGLOPENDE SCHULDEN      
17. Schulden/leningen overheid 6.956 7.467
18. Schulden/leningen kredietinstellingen 188.307 180.500
    195.263 187.966
       
F. KORTLOPENDE SCHULDEN      
19. Schulden aan overheid 510 486
20. Schulden aan kredietinstellingen 7.986 7.956
21. Schulden aan leveranciers 3.689 2.441
22. Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.760 112
23. Schulden ter zake van pensioenen 0 41
24. Overige schulden 595 1.866
25. Overlopende passiva 4.041 4.024
    18.581 16.926
       
Totaal passiva   777.560 687.778

Winst-en-verliesrekening over 2019

(in duizenden euro's)

    2019 2018
26. Huuropbrengsten 40.572 39.128
27. Opbrengsten servicecontracten 2.182 1.904
28. Lasten servicecontracten 2.193 1.725
29. Lasten verhuur en beheeractiviteiten 1.684 777
30. Lasten onderhoudsactiviteiten 16.143 12.318
31. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit 7.422 8.184
  Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 15.312 18.027
       
32. Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 1.960 2.724
33. Toegerekende organisatiekosten -41 -30
34. Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.194 -1.718
  Nette gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 725 976
       
35. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -2.158 -3.021
36. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 78.904 72.468
  Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 76.746 69.447
       
37. Opbrengst overige activiteiten 0 0
  Netto resultaat overige activiteiten 0 0
       
  Overige organisatiekosten 1.341 3.122
  Kosten omtrent Leefbaarheid 740 518
       
38. Rentebaten en soortgelijke opbrengsten 92 1
39. Rentelasten en soortgelijke kosten -7.530 -7.734
  Sociale financiële baten en lasten -7.438 -7.734
       
  Resultaat voor belastingen 83.264 77.078
       
40. Belastingen -2.475 2.559
       
  Netto Resultaat na belastingen 80.789 79.637

Kasstroomoverzicht 2019

(in duizenden euro's)

1.(A) Operationele activiteiten 2019 2018
       
  Ontvangsten:    
1.1 Huren 40.596 39.068
1.2 Vergoedingen 2.412 2.355
1.4 Overige bedrijfsontvangsten 375 278
1.5 Ontvangsten interest 47 0
       
  Saldo ingaande kasstromen 43.430 41.700
       
  Uitgaven:    
1.6 Erfpacht -3 -1
1.7 Betalingen aan werknemers -3.762 -3.149
1.8 Onderhoudsuitgaven -11.263 -9.671
1.9 Overige bedrijfsuitgaven -9.149 -9.124
1.10 Betaalde interest -7.722 -7.650
1.11a Sectorspecifieke heffingonafhankelijk van resultaat 0 -392
1.11b Verhuurdersheffing -4.141 -5.103
1.12 Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -352 -290
1.13 Vennootschapsbelasting 260 -1.847
       
  Saldo uitgaande kasstromen -36.132 -37.227
       
  Kasstroom uit operationele activiteiten 7.298 4.473

3.1.3 A (Des)investeringsactiviteiten    
       
  MVA ingaande kasstroom:    
2.1A Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden DAEB 2.103 2.893
2.5A (Des)Investeringsontvangsten overig DAEB 2.076 2.476
       
  Tussentelling MVA ingaande kasstroom 4.179 5.369

  MVA uitgaande kasstroom:    
2.6A Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden DAEB -12.589 -8.940
2.6B Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB -32 0
2.7A Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden DAEB -5.898 -9.065
2.7B Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB -7 11
2.9A Aankoop. woon- en niet woongelegenheden DAEB 0 -203
2.14A Investeringen overig -658 -231
2.15A Externe kosten bij verkoop -102 -180
       
  Tussentelling MVA uitgaande kasstroom -19.286 -18.608
       
  Saldo in-en uitgaande kasstroom MVA en FVA -15.107 -13.239

3.1.3 A Financieringsactiviteiten 2019 2018
       
  Ingaand:    
3.1.1 Nieuwe te borgen leningen 25.500 20.100
       
  Uitgaand:    
3.2.1 Aflossing geborgde leningen -18.611 -8.061
       
  Kasstroom uit financieringsactiviteiten 6.889 12.039
       
  Interne overboeking kas 28  
       
4.1 Mutatie liquide middelen -920 3274
4.2 Wijziging korgeldmutaties    
       
  Liquide middelen op 1 januari 6.479 3.205
  Liquide middelen op 31 december 5.559 6.479

Kasstroommutaties die voor het inzicht een nadere toelichting vragen ten opzichte van de toelichting van de balans en winst-en-verliesrekening in de jaarrekening zijn nader toegelicht in de toelichting op het kasstroomoverzicht.

Grondslagen van waardering in de jaarrekening

Algemeen

Christelijke Woningstichting Patrimonium is statutair gevestigd in Groningen en is ingeschreven bij het Handelsregister Kamer van Koophandel onder nummer 02028302. Het adres is Peizerweg 136, 9727 AP te Groningen.

Deze jaarrekening heeft betrekking op de periode 1 januari tot en met 31 december 2019. Alle bedragen luiden in duizenden Euro’s, tenzij anders vermeld. Het verslagjaar loopt parallel aan het kalenderjaar.

Activiteiten

Christelijke Woningstichting Patrimonium (hierna: Patrimonium), is een toegelaten instelling in de zin van artikel 19 van de Woningwet. De stichting stelt zich ten doel uitsluitend werkzaam te zijn op het gebied van de volkshuisvesting zoals omschreven in artikel 45 van de Woningwet.

De activiteiten van Christelijke Woningstichting Patrimonium zijn erop gericht mensen te huisvesten die zelf moeilijk in eigen huisvesting kunnen voorzien, in en rondom Groningen.

Continuïteit van de activiteiten

De in de onderhavige jaarrekening gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn gebaseerd op de veronderstelling van continuïteit van de stichting. In de paragraaf gebeurtenissen na balansdatum is een toelichting gegeven op de impact van de corona-uitbraak. De verwachting is dat de continuïteit van Patrimonium ten gevolge van deze uitbraak niet in het geding komt.

Regelgeving

Patrimonium heeft de jaarrekening opgesteld met inachtneming van artikel 35 van de Woningwet. Het eerste lid van dit artikel schrijft de toepassing van BW2 Titel 9 voor, behoudens enkele specifieke uitzonderingen. Behalve de Woningwet zijn tevens het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV) en de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) van toepassing.

Verder zijn de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) en de door de Raad voor de Jaarverslaggeving uitgegeven richtlijnen toegepast, waaronder Richtlijn 645 ‘Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting’ (herzien 2017) in het bijzonder. De jaarrekening is opgemaakt op 27 mei 2020.

Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening

De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de desbetreffende grondslag voor de specifieke balanspost anders wordt vermeld, worden de activa en passiva gewaardeerd volgens het kostprijsmodel.

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Oordelen, schattingen, veronderstellingen en onzekerheden

Bij de toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt de leiding van Patrimonium zich diverse oordelen en schattingen. Onzekerheid omtrent deze schattingen en veronderstellingen kan resulteren in materiële aanpassingen van de geconsolideerde jaarrekening in toekomstige jaren.

De belangrijkste oordelen en schattingen hebben betrekking op de vastgoedbeleggingen in exploitatie (zowel DAEB als niet-DAEB), de voorzieningen, de waardeveranderingen en de acute en latente belastingen. De hierbij behorende veronderstellingen zijn vermeld in de toelichting bij de hiervoor genoemde jaarrekeningposten.

Oordelen

Bij het toepassen van de grondslagen van Patrimonium, vormt de leiding de volgende oordelen die een belangrijk effect hebben op de geconsolideerde jaarrekening:

Classificatie lease overeenkomsten vastgoedbeleggingen – Patrimonium als lessor
Patrimonium is operationele lease overeenkomsten aangegaan waarbij vastgoed wordt verhuurd met verschillende looptijden en waarbij een vast bedrag per periode is afgesproken. De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. De classificatie van lease overeenkomsten als financiële leasing of operationele leasing vergt een beoordeling van subjectieve elementen zoals de leaseperiode ten opzichte van de economische levensduur en een inschatting van de contante waarde van de minimale leasebetalingen ten opzichte van de reële waarde van het leaseobject. De leaseovereenkomsten van Patrimonium bevatten een leaseperiode welke (waarschijnlijk) niet het belangrijkste deel van de economische levensduur omvat en waarvan de contante waarde van de minimale leasebetalingen lager is dan 90% van de reële waarde van het leaseobject. Derhalve zijn de lease overeenkomsten als operationele leases geclassificeerd.

Schattingen en veronderstellingen

Patrimonium maakt de schattingen en veronderstellingen op basis van de omstandigheden en informatie beschikbaar op het moment van opmaak van de jaarrekening. Schattingen gebaseerd op toekomstige gebeurtenissen (of het zich niet voordoen van verwachte gebeurtenissen) kunnen onderhevig zijn aan toekomstige veranderingen in de markt en omstandigheden buiten de invloedssfeer van Patrimonium. Deze schattingswijzigingen worden prospectief verwerkt. De belangrijkste schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen zijn:

Herwaardering vastgoedbeleggingen
Patrimonium waardeert de vastgoedbeleggingen tegen de reële waarde waarbij veranderingen in de reële waarde in de winst-en-verliesrekening worden verantwoord. De reële waarden van de vastgoedbeleggingen zijn bepaald met behulp van de contante waarde methode, zoals voorgeschreven door het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (bijlage 2 bij de Regeling Toegelaten Instellingen 2015). In sommige gevallen zijn de reële waarden van de vastgoedbeleggingen bepaald aan de hand van recente transacties met gelijksoortige kenmerken en locaties als het vastgoed van Patrimonium. Patrimonium heeft onafhankelijke waarderingsexperts ingeschakeld voor het bepalen van de reële waarde van de BOG / MOG / ZOG eenheden en het bezit in het aardbevingsgebied. De waardering is het meest gevoelig voor veranderingen van de disconteringsvoet. Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de reële waarde, wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in exploitatie.

Bijzondere waardeverminderingen
Patrimonium beoordeelt op elke balansdatum of een actief of een groep van activa een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. De beoordeling heeft niet geresulteerd een bijzondere waardevermindering het huidige boekjaar. De realiseerbare waarde is veelal gebaseerd op de hoogste van de bedrijfswaarde en marktwaarde van de kasstroom genererende eenheid per 31 december 2019, bepaald met behulp van de contante waarde methode, zoals voorgeschreven door het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde (bijlage 2 bij de Regeling Toegelaten Instellingen 2015). De kasstroomprojecties bevatten aannames en schattingen van toekomstige verwachtingen. De realiseerbare waarde is gevoelig voor de disconteringsvoet, de verwachte toekomstige kasstromen en de groeivoet gehanteerd voor extrapolaties. Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de bijzondere waardeverminderingen, wordt verwezen naar de toelichting op het vastgoed in ontwikkeling.

Latente belastingvorderingen
De waardering van latente belastingvorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door Patrimonium, per balansdatum, voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van activa, voorzieningen, schulden of overlopende passiva. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tot de hoogte waarop het waarschijnlijk is dat fiscale winst beschikbaar zal zijn voor de verrekening. Patrimonium betrekt in deze beoordeling het beschikbaar zijn van latente belastingverplichtingen ter saldering, de mogelijkheid van planning van fiscale resultaten en de hoogte van toekomstige fiscale winsten in combinatie met het tijdstip en/of periode waarin de latente belastingvorderingen worden gerealiseerd.

Patrimonium heeft ook latente belastingvorderingen in jurisdicties waar in het verleden verliezen zijn geleden en die niet worden gewaardeerd. Patrimonium verwacht dat het waarschijnlijk is dat de toekomstige fiscale winsten onvoldoende zijn in de resterende beschikbare periode, waarbij eventuele tax planning is meegenomen.

Voor een verdere toelichting met betrekking tot de aannames en schattingen in het bepalen van de hoogte van de latente belastingvorderingen, wordt verwezen naar de toelichting op de financiële vaste activa.

Schattingswijziging

Patrimonium waardeerde haar onroerende zaken in exploitatie in 2018 op basis van marktwaarde tegen marktwaarde in verhuurde staat, bepaald overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor onroerende zaken in exploitatie, specifiek de basisversie. In 2019 waardeert Patrimonium haar onroerende zaken in exploitatie in het aardbevingsgebied, zoals aangewezen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, tegen marktwaarde in verhuurde staat, bepaald overeenkomstig de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Met de overgang van de basis versie naar de full versie van de marktwaarde in verhuurde staat is er sprake van een wijziging van de schattingsmethodiek. Gezien het feit dat voor beide de grondslag de marktwaarde is en gezien het geringe verschil in waarde (en daarmee geringe impact op de niet-gerealiseerde waardeveranderingen in het boekjaar) is deze aanpassing verwerkt als schattingswijziging.

De waardering van het bezit, inclusief aanpassing vrijheidsgraden, komt in boekjaar 2019 uit op een bedrag van € 766,8 miljoen, conform de waardebepalingen door de externe taxateur. Indien het bezit in het aardbevingsgebied op basis van de basisversie was getaxeerd zou de marktwaarde € 761,6 miljoen bedragen.

Recapitulatie:
Marktwaarde totaal bezit 31-12-2019 (cf. full versie voor het aardbevingsgebied) € 766,8 miljoen
Marktwaarde totaal bezit 31-12-2019 (cf. basis versie voor het aardbevingsgebied) € 761,6 miljoen
Marktwaarde bezit aardbevingsgebied 31-12-2019 (cf. full versie) € 97,0 miljoen
Marktwaarde bezit aardbevingsgebied 31-12-2019 (cf. basis versie) € 91,8 miljoen

Salderen

Een actief en een post van het vreemd vermogen worden gesaldeerd in de jaarrekening opgenomen uitsluitend indien en voor zover:

  • een deugdelijk juridisch instrument beschikbaar is om het actief en de post van het vreemd vermogen gesaldeerd en simultaan af te wikkelen; en
  • het stellige voornemen bestaat om het saldo als zodanig of beide posten simultaan af te wikkelen.

Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten zoals vorderingen, effecten en schulden, als afgeleide instrumenten verstaan.
Alle aan- en verkopen volgens standaard markconventies van financiële activa worden opgenomen per transactiedatum, dat wil zeggen de datum waarop Patrimonium de bindende overeenkomst aangaat.

Voor de grondslagen van de primaire financiële instrumenten wordt verwezen naar de behandeling per balanspost. Door de waardering en verwerking van afgeleide instrumenten wordt verwezen naar de afzonderlijke paragrafen.

Presentatiewijziging

In de jaarrekening zijn voor verbetering van de inzichtelijkheid de accountantskosten gepresenteerd onder de overlopende passiva in plaats van de kortlopende schulden. In het kader van de vergelijkbaarheid zijn de vergelijkende cijfers hiervoor ook aangepast, waardoor:

  • de kortlopende schulden zijn afgenomen met € 147K
  • de overlopende passiva zijn toegenomen met € 147K

Vastgoedbeleggingen

(DAEB en niet-DAEB) Vastgoed in exploitatie

Classificatie en kwalificatie
Het vastgoed in exploitatie wordt op objectniveau geclassificeerd naar DAEB (sociaal) en niet-DAEB (commercieel) vastgoed, conform het door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurde ‘scheidingsvoorstel’ en de hierop volgende transacties tussen de ‘DAEB-tak’ en de ‘niet-DAEB-tak’, rekening houdend met de criteria van de Beschikking van de Europese Commissie d.d. 15 december 2009 aangaande de staatssteun voor toegelaten instellingen.

Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat wordt verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs- en culturele instellingen en dienstverleners en tevens is vermeld op de bijlage zoals deze is opgenomen in de EC-beschikking d.d. 15 december 2009. Het niet-DAEB-vastgoed omvat volgens de eerder genoemde criteria de woningen met een huurprijs boven de huurliberalisatiegrens (huurtoeslaggrens) op contractdatum, facultatief aan de niet-DAEB-tak overgedragen DAEB-vastgoed, het bedrijfsmatig vastgoed (niet zijnde maatschappelijk vastgoed) en het overige commercieel vastgoed.

Complexindeling
Het DAEB vastgoed en het niet-DAEB vastgoed is opgedeeld naar waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden, dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat kan worden verkocht. Een waarderingscomplex kan daarom worden gedefinieerd als een aaneengesloten blok verhuureenheden van dezelfde bouwperiode. Alle verhuureenheden van de toegelaten instelling maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex. Het kan voorkomen dat een waarderingscomplex bestaat uit DAEB en niet-DAEB vastgoed. In dat geval wordt, nadat de waarde van het waarderingscomplex is bepaald, de waarde opgesplitst in een deel dat aan het DAEB vastgoed, respectievelijk aan het niet-DAEB deel kan worden toegerekend.

Waardering bij eerste verwerking DAEB en niet-DAEB vastgoed
Bij de eerste verwerking wordt het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de koopsom en alle direct toe te rekenen uitgaven, inclusief transactiekosten (waaronder juridische advieskosten, overdrachtsbelasting en andere transactiekosten) minus eventuele investeringssubsidies. De vervaardigingsprijs omvat op grond van artikel 2:388 BW de aanschaffingskosten van gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Voorts kunnen in de vervaardigingskosten worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente op schulden over het tijdvak dat aan de vervaardiging kan worden toegerekend.

De in de toekomst te maken kosten van sloop worden ten laste van het resultaat verantwoord in het jaar dat de exploitatie door sloop wordt beëindigd.

Waardering na eerste verwerking
Onroerende zaken in exploitatie worden op grond van artikel 35 lid 2 van de Woningwet na de eerste verwerking gewaardeerd tegen actuele waarde. Op grond van artikel 31 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering plaats tegen de marktwaarde.
Het Besluit actuele waarde is niet van toepassing. Op grond van artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vindt de waardering tegen marktwaarde plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’).

Op basis van artikel 31 van het BTIV wordt bij de waardering onderscheid gemaakt naar de volgende categorieën:

  • Woongelegenheden
  • Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed (BOG en MOG)
  • Parkeergelegenheden
  • Intramuraal zorgvastgoed

Patrimonium hanteert de basis versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde voor het DAEB bezit in exploitatie. Dit betreft een modelmatige waardering, waarbij inherent aan het gebruik van de basisversie, sprake is van het risico dat deze waardering in een bepaalde bandbreedte (+/-10%) kan afwijken van de waardering op basis van de full versie van het handboek (waarbij vrijheidsgraden mogen worden aangepast en een taxateur betrokken is). In 2019 wordt voor het DAEB bezit in exploitatie in het aardbevingsgebied de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde gehanteerd.

Het op de full variant gewaardeerde vastgoed in het aardbevingsgebied kent per 31 december 2019 een hogere waarde dan bij toepassing van de basisvariant. Het verschil in waarde wordt naar inschatting van Patrimonium met name veroorzaakt door de marktsituatie specifiek in de stad Groningen, in combinatie met de beperkingen vanuit het handboek in de basisvariant. Patrimonium onderzoekt of het opportuun is in de nabije toekomst over te stappen naar de full versie voor het gehele bezit en is daarover in overleg met collega corporaties in de stad Groningen.

Voor BOG,MOG en overig ‘exotisch vastgoed’ hanteert Patrimonium verplicht de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde omdat de huursom van dit vastgoed meer bedraagt dan 5% van de totale huursom van de (niet-)DAEB tak.

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Bij de waardering van het vastgoed worden een doorexploiteer- en een uitpondscenario onderscheiden. De marktwaarde is de hoogste van beide waarderingen. Het handboek volgt de netto contante waarde methode: de DCF-methode. Via de DCF-methode worden de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen contant gemaakt naar het heden aan de hand van een disconteringsvoet, inclusief de eindwaarde die de geschatte opbrengstwaarde is van het vastgoed aan het einde van de DCF-periode. Hierbij wordt verondersteld dat de jaarbedragen medio het jaar ontvangen respectievelijk betaald worden. De berekening van de netto contante marktwaarde wordt bij alle typen vastgoed uitgevoerd voor een exploitatieperiode van vijftien jaar.

De bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen vindt bij woongelegenheden en parkeergelegenheden plaats aan de hand van twee scenario’s: enerzijds op basis van het doorexploiteerscenario en anderzijds op basis van het uitpondscenario. Bij BOG, MOG en intramuraal vastgoed is alleen het doorexploiteerscenario van toepassing.

Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of -vermeerdering van de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie verantwoord in de winst-en-verliesrekening van de periode waarin de wijziging zich voordoet. De waardevermindering of -vermeerdering wordt separaat tot uitdrukking gebracht en in het resultaat verantwoord als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen’.

Deze waardevermindering of -vermeerdering bestaat uit aanpassingen in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde en uit ontwikkelingen van de woningmarkt en huurportefeuille van de corporatie. Tevens is bij toepassing van de basisversie sprake van een portefeuillewaardering in plaats van complexwaardering, waardoor er een bepaalde onnauwkeurigheid kan bestaan in de allocatie binnen het eigen vermogen tussen de herwaarderingsreserve en de overige reserves.

Uitgaven na eerste verwerking
Uitgaven na eerste verwerking ten behoeve van het complex aangaande het DAEB en niet-DAEB vastgoed, die voldoen aan de algemene activeringscriteria worden geactiveerd tegen kostprijs en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex vóór en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of -vermeerdering en in het resultaat verantwoord als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen’.

Groot onderhoud
In de kostprijs worden de kosten van groot onderhoud opgenomen, zodra deze kosten zich voordoen en aan de activeringscriteria is voldaan. De boekwaarde van de te vervangen bestanddelen wordt dan als gedesinvesteerd beschouwd en ineens ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht. Alle overige onderhoudskosten worden direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Met inachtname van de overgangsmaatregel van RJ Uiting 2019-18 alinea 645.505 is deze grondslag ook in boekjaar 2019 toegepast.

Herwaarderingsreserve
Jaarlijks wordt op balansdatum de marktwaarde van onroerende zaken in exploitatie opnieuw bepaald. Winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de marktwaarde worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van het waarderingscomplex en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering, wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
Het expliciet opnemen van een herwaarderingsreserve in de balans als onderdeel van het eigen vermogen benadrukt voor de gebruiker van de jaarrekening dat een deel van het eigen vermogen op het waarderingsmoment nog niet gerealiseerd is. Bij de bepaling van de herwaarderingsreserve wordt geen rekening gehouden met het effect van belastinglatenties.

Afschrijvingen
Op de vastgoedbeleggingen in exploitatie gewaardeerd op marktwaarde wordt niet afgeschreven.

Buitengebruikstelling als gevolg van sloop
Indien op het waarderingscomplex of een deel daarvan, op de waarde peildatum 31 december 2018 een ook voor een derde, onherroepelijke verplichting tot sloop van toepassing is, wordt hier bij de waardering rekening mee gehouden. De sloopkosten worden in het jaar van uitgave ten laste van het resultaat gebracht.

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

Vastgoed
Dit betreft lopende investeringen in nieuwe complexen (nieuwbouw) en bestaande complexen (woningverbetering, herstructurering; zie hiervoor tevens de grondslag onder uitgaven na eerste verwerking hiervoor). De waardering bij eerste verwerking is tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs), rekening houdend met eigen ontwikkelingskosten en overige hieraan direct toerekenbare kosten.

De waardering na eerste verwerking van het vastgoed in ontwikkeling is tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De marktwaarde wordt bepaald met behulp van geprognosticeerde kasstromen op basis van aannames zoals hiervoor toegelicht onder vastgoed in exploitatie onder Waardering na eerste verwerking.

Indien gerede twijfel bestaat of de reeds bestede kosten terugverdiend kunnen worden, wordt het vastgoed tegen de lagere marktwaarde van het project in het bestaande ontwikkelingsstadium gewaardeerd en wordt het nadelig verschil in het resultaat verantwoord onder de post ‘Overige waardeveranderingen’.

In het geval per balansdatum sprake is van feitelijke dan wel juridische investeringsverplichtingen inzake DAEB en niet-DAEB vastgoed in ontwikkeling, waarbij de geschatte kostprijs van het vastgoed hoger is dan de marktwaarde, wordt het verschil eerst in mindering gebracht op de reeds bestede kosten en wordt voor het resterend bedrag een voorziening gevormd voor onrendabele investeringen en herstructureringen. De afwaardering van de bestede kosten tot nihil wordt in het resultaat verantwoord onder de post ‘Overige waardeveranderingen’.

Herclassificatie van vastgoed

Herclassificatie geschied slechts indien sprake is van een wijziging van het gebruik of het beleid, gestaafd door:

  1. daadwerkelijke aanvang van activiteiten ten behoeve van verkoop van onroerende zaken die niet meer in exploitatie zijn, waarbij als verkrijgingsprijs van de onroerende zaak ten behoeve van opvolgende waardering, de marktwaarde op het moment van wijziging van het gebruik wordt genomen.

Beleidswaarde

Op grond van artikel 15 lid 5 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 vermeldt de toegelaten instelling volkshuisvesting de beleidswaarde in de toelichting van de jaarrekening. De beleidswaarde sluit aan op het beleid van de toegelaten instelling en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid.

Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Patrimonium. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige- en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. Hierbij wordt tevens uitgegaan van eeuwigdurende looptijd in de eindwaarde. Ten aanzien van de gehanteerde exit yield wordt direct aangesloten bij de gehanteerde methodiek volgens het Handboek modelmatig waarderen. Deze is daarmee niet langer als vrijheidsgraad toegepast.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van Patrimonium bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met de gemeente. Patrimonium hanteert in haar beleid een streefhuur van 86% van de maximaal redelijke huur.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van Patrimonium en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt. Bij het berekenen van de onderhoudsnorm is de definitie gehanteerd in de post ‘lasten onderhoudsactiviteiten’ in de functionele winst- en verliesrekening, die nader is gespecificeerd in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde. Hiermee wijkt de gehanteerde definitie voor de beleidswaarde niet af van de gehanteerde onderhoudsdefinitie in de winst- en verliesrekening 2019.
  4. Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening, die nader is gespecificeerd in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde.

In tegenstelling tot marktwaarderingen is een negatieve beleidswaarde mogelijk voor woongelegenheden. In dergelijke gevallen is de beleidswaarde niet gecorrigeerd naar een nihilwaardering. De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.

Patrimonium  heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:

Streefhuur van 86% van de maximaal redelijke huur 2019 2018
Norm onderhoud € 2.162 € 2.353
Norm beheerslasten € 705 € 656

Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie - zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 151.

Patrimonium heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde.

Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen de kostprijs (verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs), minus eventuele investeringssubsidies, verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Er zijn geen rentekosten in de, tegen de vervaardigingsprijs gewaardeerde, materiële vaste activa opgenomen.

De afschrijving is lineair en gebaseerd op de verwachte gebruiksduur rekening houdend met de restwaarde. Op terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijvingstermijn voor bedrijfsgebouwen is vijftig jaar. De afschrijvingstermijnen voor de overige materiele vaste activa zijn vijf tot tien jaren. Indien de verwachting omtrent de afschrijvingsmethode, gebruiksduur en/of restwaarde in de loop van de tijd wijzigingen ondergaat, worden zij als een schattingswijziging verantwoord.

In de kostprijs worden de kosten van groot onderhoud opgenomen, zodra deze kosten zich voordoen en aan de activeringscriteria is voldaan. De boekwaarde van de te vervangen bestanddelen wordt dan als gedesinvesteerd beschouwd en ineens ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Voor de op 1 januari 2019 aanwezige activa is de overgangsbepaling van RJ 212.806 toegepast, hetgeen betekent dat de kosten van groot onderhoud in de boekwaarde van het actief worden opgenomen, zodra deze kosten zich voordoen en aan de activeringscriteria is voldaan. De boekwaarde van dan vervangen bestanddelen wordt dan als desinvestering aangemerkt en ineens ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Voor materiële vaste activa verworven nà 1 januari 2019 wordt de componentenbenadering toegepast hierbij worden belangrijke bestanddelen (inclusief groot onderhoud) met een verschillende gebruiksduur van elkaar onderscheiden en worden deze bestanddelen afzonderlijk afgeschreven. De componentenbenadering wordt vanaf het eerste verwerking van actief toegepast. In lijn met de bepaling in RJ 212.806, wordt in afwijking van de bepalingen omtrent stelselwijzigingen, de aanpassing prospectief verwerkt. Alle overige onderhoudskosten worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Buiten gebruik gestelde materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de kostprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde. Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen na vervreemding of wanneer geen toekomstige prestatie-eenheden van het gebruik of de vervreemding worden verwacht. De bate of last die voortvloeit uit de desinvestering wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Financiële activa

Overige financiële vaste activa

Latente belastingvorderingen
Voor de waardering en verwerking van latente belastingvorderingen wordt verwezen naar de afzonderlijke paragraaf Belastingen.

Overige effecten
Overige effecten zonder beursnotering (aandelen en obligaties) worden na de eerste verwerking gewaardeerd tegen kostprijs.

Baten en lasten van aandelen gewaardeerd tegen kostprijs, worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt zodra de beleggingen aan een derde worden overgedragen of een bijzondere waardevermindering ondergaan. Ontvangen dividend wordt ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Voorraden

Overige voorraden

De overige voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere opbrengstwaarde.

Vlottende vorderingen

De verstrekte leningen en overige vorderingen die geen onderdeel zijn van de handelsportefeuille, worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde vermeerderd met transactiekosten en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs minus benodigde voorziening voor oninbaarheid.

Liquide middelen

Onder liquide middelen worden verstaan kasmiddelen, de tegoeden op bankrekeningen en wissels en cheques. Liquide middelen worden gewaardeerd op basis van nominale waarde. Deposito’s worden onder liquide middelen opgenomen indien zij in feite – zij het eventueel met opoffering van rentebaten – ter onmiddellijke beschikking staan. Liquide middelen die (naar verwachting) langer dan twaalf maanden niet ter beschikking staan van Patrimonium, worden als financiële vaste activa gerubriceerd.

Bijzondere waardevermindering van financiële activa

Patrimonium beoordeelt op elke balansdatum of een financieel actief of een groep van financiële activa bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Voor alle categorieën financiële activa die tegen (geamortiseerde) kostprijs worden gewaardeerd, wordt bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen, de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardevermindering bepaald en in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Bij financiële activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van het verlies bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Een voorheen opgenomen waarderingsverlies wordt teruggenomen, indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking, tot maximaal het bedrag dat benodigd is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs ten tijde van de terugname als geen sprake zou zijn geweest van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies dient in de winst-en-verliesrekening te worden verwerkt. De boekwaarde van de vorderingen wordt verlaagd met gebruikmaking van een voorziening wegens oninbaarheid.

Classificatie eigen vermogen en vreemd vermogen

Een financieel instrument of de afzonderlijke componenten van het instrument worden in de jaarrekening als vreemd vermogen of als eigen vermogen geclassificeerd overeenkomstig de juridische realiteit van de contractuele overeenkomst waaruit het financieel instrument voortvloeit. Rente, baten en lasten met betrekking tot een (deel van een) financieel instrument worden in de jaarrekening opgenomen afhankelijk van de classificatie van het financieel instrument als financiële verplichting respectievelijk als eigen-vermogensinstrument.

Onder het eigen vermogen wordt begrepen het verschil tussen de activa en passiva inclusief winstbestemming (vrije reserve) en beklemde reserves. De beklemde reserves zijn de niet gerealiseerde herwaarderingsreserves als gevolg van de waardering van het vastgoed in exploitatie tegen marktwaarde.

Voorzieningen

Een voorziening wordt gevormd indien Patrimonium op balansdatum een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft waarvan het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang betrouwbaar is te schatten. De omvang van de voorziening wordt bepaald door de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de desbetreffende verplichtingen en verliezen per balansdatum af te wikkelen. Tenzij anders vermeld, worden voorzieningen gewaardeerd tegen nominale waarde.

Indien het waarschijnlijk is dat voor uitgaven die noodzakelijk zijn om een voorziening af te wikkelen een vergoeding van een derde zal worden ontvangen, wordt deze vergoeding gepresenteerd als een afzonderlijk actief.

Voorziening latente belastingen

Voor de waardering en verwerking van de voorziening latente belastingen wordt verwezen naar de afzonderlijke paragraaf Belastingen.

Voorziening reorganisatiekosten

De voorziening reorganisatiekosten is gevormd indien op balansdatum een gedetailleerd plan is geformaliseerd en de gerechtvaardigde verwachting is gewekt bij hen voor wie de reorganisatie gevolgen zal hebben dat de reorganisatie zal worden uitgevoerd. De voorziening bestaat uit de directe kosten van de reorganisatie.

Voor reorganisaties waarvoor per balansdatum een plan is geformaliseerd, maar waarvoor pas na balansdatum hetzij de gerechtvaardigde verwachting is gewekt richting betrokken dat de reorganisatie zal worden uitgevoerd, hetzij is gestart met de implementatie van het reorganisatieplan, is informatie opgenomen onder de gebeurtenissen na balansdatum.

Overige voorzieningen

De overige voorzieningen zijn gevormd voor jubileumuitkeringen aan het personeel en loopbaanontwikkeling.

De voorziening voor jubileumuitkeringen aan personeel is gevormd voor in de toekomst uit te betalen jubileumuitkeringen aan personeel op grond van CAO-bepalingen uitgaande van het personeelsbestand ultimo boekjaar. Bij de bepaling van de omvang van de voorziening is rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen, een geschatte blijfkans en leeftijd. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen.

De voorziening voor loopbaanontwikkeling is gevormd ter dekking van toekomstige verplichtingen op het gebied van loopbaanontwikkeling, waarvoor medewerkers van de corporatie op grond van CAO-bepalingen budgetrechten hebben opgebouwd. Bij het bepalen van deze voorziening wordt uitgegaan van het personeelsbestand ultimo boekjaar. De voorziening is tegen de contante waarde opgenomen.

Langlopende schulden

Bij de eerste opname van langlopende schulden worden deze opgenomen tegen reële waarde. In geval dat de vervolgwaardering niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening plaatsvindt, wordt bij de eerste waardering de reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten.

De langlopende schulden worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Winst of verlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.

Kortlopende schulden

Bij de eerste opname van kortlopende schulden worden deze opgenomen tegen reële waarde. In geval dat de vervolgwaardering niet tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening plaatsvindt, wordt bij de eerste waardering de reële waarde verminderd met de direct daaraan toe te rekenen transactiekosten.

De kortlopende schulden worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs volgens de effectieve-rentemethode. Winst of verlies worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces.

Geamortiseerde kostprijs

De geamortiseerde kostprijs is het bedrag waarvoor een financieel actief of financiële verplichting bij de eerste verwerking in de balans wordt opgenomen, verminderd met aflossingen op de hoofdsom, vermeerderd of verminderd met de via de effectieve-rentemethode bepaalde cumulatieve amortisatie van het verschil tussen dat eerste bedrag en het aflossingsbedrag en verminderd met eventuele afboekingen (direct, dan wel door het vormen van een voorziening) wegens bijzondere waardeverminderingen of oninbaarheid.

Reële waarde van financiële instrumenten

De reële waarde van de financiële instrumenten die op actieve markten worden verhandeld per verslagdatum, wordt bepaald op basis van genoteerde beurskoersen, zonder aftrek van transactiekosten.

Voor financiële instrumenten die niet op een actieve markt worden verhandeld, wordt de reële waarde bepaald met passende waarderingsmethoden. Dergelijke methoden zijn onder meer:

  • het gebruikmaken van recente markttransacties tussen onafhankelijke partijen;
  • het gebruikmaken van de actuele reële waarde van een ander instrument dat nagenoeg hetzelfde is;
  • analyse op basis van contant gemaakte kasstromen of andere waarderingsmodellen.

Een overzicht van de reële waarden van de financiële instrumenten wordt verschaft in de toelichting op de financiële instrumenten.

Derivaten

Patrimonium maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals valutatermijncontracten en renteswaps ter afdekking van de gelopen risico’s betreffende de rente- en valutaschommelingen. Patrimonium scheidt een in een contract besloten derivaat, (embedded derivative), indien aan de orde, af van het basiscontract, indien aan onderstaande voorwaarden is voldaan:

  • er bestaat geen nauw verband tussen de economische kenmerken en risico’s van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico’s van het basiscontract;
  • een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden als het in het contract besloten derivaat zou voldoen aan de definitie van een derivaat; en
  • het samengestelde instrument wordt niet tegen reële waarde gewaardeerd met verwerking van de reëel waardeveranderingen in het resultaat.

Het niet langer in de balans opnemen van financiële activa en verplichtingen

Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen.

Leasing

De beoordeling of een overeenkomst een lease bevat, vindt plaats op grond van de economische realiteit op het tijdstip van het aangaan van het contract. Het contract wordt aangemerkt als een leaseovereenkomst als de nakoming van de overeenkomst afhankelijk is van het gebruik van een specifiek actief of de overeenkomst het recht van het gebruik van een specifiek actief omvat.

Patrimonium als lessee

In geval van financiële leasing (waarbij de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom van het lease-object geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen) worden het lease-object en de daarmee samenhangende schuld bij het aangaan van de overeenkomst in de balans verwerkt tegen de reële waarde van het lease-object op het moment van het aangaan van de leaseovereenkomst of, indien dit lager is, tegen de contante waarde van de minimale leasebetalingen. De initiële directe kosten van de lessee worden opgenomen in de eerste verwerking van het actief. De leasebetalingen worden gesplitst in rentelasten en aflossing van de uitstaande verplichting, waarmee een constante rentevoet wordt bereikt over de resterende netto-verplichting.

Het geactiveerde lease-object wordt afgeschreven over de kortste termijn van de leaseperiode of de gebruiksduur van het object, in geval er geen redelijke zekerheid is dat de lessee aan het einde van de leaseperiode eigenaar wordt.

In geval van operationele leasing worden de leasebetalingen lineair over de leaseperiode ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.

Patrimonium als lessor

Bij operationele lease worden de leasebaten op tijdsevenredige basis over de leaseperiode ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht. Initiële directe kosten worden toegerekend over de leaseperiode tegenover de leasebaten.

Grondslagen van resultaatbepaling in de jaarrekening

Algemeen

Baten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben voor zover deze gerealiseerd zijn. De kosten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. (Voorzienbare) verplichtingen en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden en overigens wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opnemen van voorzieningen.

Bijzondere baten of lasten die behoren tot de gewone bedrijfsuitoefening, worden op grond van aard, omvang of het incidentele karakter afzonderlijk toegelicht teneinde een goed inzicht te geven in het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening van de corporatie en met de ontwikkeling daarin. Bijzondere posten worden met het oog op de analyse en de vergelijkbaarheid van de resultaten zoveel mogelijk naar aard en omvang afzonderlijk toegelicht.

De winst-en-verliesrekening wordt zoals voorgeschreven in de Woningwet, gepresenteerd op basis van de functionele indeling.

Huuropbrengsten

Opbrengsten uit de levering van (huur)diensten worden verantwoord naar rato van de geleverde prestaties.

De huuropbrengsten zijn het resultaat van het gevoerde huurprijsbeleid van Patrimonium, rekening houdend met de door het Rijk bepaalde kaders (zoals maximale huurverhoging, maximaal redelijke huur en maximale huursomstijging) en onder aftrek van huurderving wegens leegstand en oninbaarheid.

Opbrengsten en lasten servicecontracten

De opbrengsten servicecontracten betreffen vergoedingen van huurders boven de netto huurprijs voor leveringen en diensten (zoals energie, water, huismeesters, schoonmaakkosten, glasverzekering). De opbrengsten worden verminderd met derving wegens oninbaarheid. De kosten van de leveringen en diensten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

Overheidsbijdragen

Hieronder worden bijdragen of subsidies van de overheid alsmede de toerekening van de BWS-subsidie vanuit de egalisatierekening BWS verantwoord.

Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden zowel de directe lasten voor de verhuur en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kosten- verdeelstaat verantwoord, waaronder personeel en afschrijvingen.

Personeel

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.

Patrimonium neemt een verplichting op als Patrimonium zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden om een ontslag- of transitievergoeding te betalen. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie neemt Patrimonium de kosten van een ontslag- of transitievergoeding op in een reorganisatievoorziening. Als het ontslag een individuele medewerker betreft met een vaststellingsovereenkomst neemt Patrimonium de kosten op in de voorziening reorganisatie.

Afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van exploitatie

De afschrijvingen (im)materiële vaste activa ten dienste van exploitatie worden gebaseerd op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de geschatte economische levensduur. Afschrijving van het actief vindt plaats tot de restwaarde is bereikt. De afschrijvingen worden aan de verschillende activiteiten toegerekend.

Lasten onderhoudsactiviteiten

De werkelijke onderhoudskosten voor dagelijks en mutatieonderhoud en planmatig onderhoud worden ten laste van de exploitatie gebracht. Het dagelijks en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in de kosten van derden en de kosten van eigen dienst. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare uitgaven wanneer geen sprake is van waardevermeerdering van het actief.

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum, worden verwerkt onder de ‘Niet in de balans opgenomen verplichtingen’.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Hieronder worden verantwoord de verhuurdersheffing, de kosten gerelateerd aan het niet kunnen incasseren van vorderingen op huurders anders dan huur en andere exploitatiekosten die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren. Patrimonium verwerkt de overheidsheffingen zoals onroerendezaakbelasting en verhuurderheffing op het moment dat aan alle voorwaarden voor de overheidsheffing is voldaan.

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post ‘Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille’ betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de toerekenbare verkoop- en organisatiekosten en de geactiveerde waarde met betrekking tot het vastgoed.

Opbrengst uit verkoop van vastgoed wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt als alle belangrijke rechten op economische voordelen alsmede alle belangrijke risico’s met betrekking tot de activa zijn overgedragen aan de koper, het bedrag van de opbrengst op betrouwbare wijze kan worden bepaald en ontvangst van de opbrengst waarschijnlijk is.

Op basis van deze criteria wordt onder deze post de verkoopopbrengst van vastgoed in exploitatie onder aftrek van verkoopkosten en de boekwaarde verantwoord. De boekwaarde is op basis van de marktwaarde.

Gerealiseerde verkoopresultaten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte). Eventuele verliezen op koopprojecten worden verantwoord zodra deze voorzienbaar zijn.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Hieronder zijn begrepen de overige waardeveranderingen en de waardeveranderingen met betrekking tot de vastgoedportefeuille bestaande uit vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling en vastgoed bestemd voor verkoop. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of mogelijke verliezen, die ontstaan door een wijziging in de waarde van het vastgoed bestemd voor verkoop in het verslagjaar.

Netto resultaat overige activiteiten

Hieraan zijn de opbrengsten en kosten van een Warmte- en Koudopslaginstallatie (WKO), beheer voor derden en VvE-beheer als ook opbrengsten zendmasten en erfpachtopbrengsten toegerekend.

Overige organisatiekosten

De opbrengsten en kosten die niet toerekenbaar zijn (ook niet na toerekening van indirecte kosten), worden opgenomen onder ’Overige organisatiekosten’. Voorbeelden hiervan zijn (een deel van) de (salaris)kosten van het management en de Raad van Commissarissen.

Leefbaarheid

Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen. De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel (zoals leefbaarheidscoördinator, wijkbeheerder, huismeester), leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten zoals welkomstbijeenkomsten nieuwe bewoners, bestrijding woonoverlast, buurtbemiddeling, opvang van dak- en thuislozen, schuldsaneringen, tweede-kansbeleid et cetera.

De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten, e.d.), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, cameratoezicht, schoonmaakacties et cetera en uitgaven voor activiteiten zoals inbraakbeveiliging, brandpreventie, verlichting achterpad, afsluiting portieken et cetera.

Rentebaten en rentelasten

Rentebaten worden tijdsevenredig in de winst-en-verliesrekening verwerkt rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost, indien hun bedrag bepaalbaar is en hun ontvangst waarschijnlijk.

Rentelasten worden toegerekend aan de opeenvolgende verslagperioden naar rato van de resterende hoofdsom. (Dis)agio en aflossingspremies worden als rentelast aan de opeenvolgende verslagperioden toegerekend zodanig dat tezamen met de over de lening verschuldigde rentevergoeding de effectieve rente in de winst-en-verliesrekening wordt verwerkt en in de balans de amortisatiewaarde van de schuld. Periodieke rentelasten en soortgelijke lasten komen ten laste van het jaar waarover zij verschuldigd worden.

Belastingen over de winst

Acute belastingen
De belastingen worden berekend op basis van het verantwoorde resultaat uitgaande van het geldende belastingtarief, rekening houdend met fiscaal vrijgestelde posten, de vaststellingsovereenkomst (VSO) en geheel of gedeeltelijk niet-aftrekbare kosten.

De belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien is voldaan aan de algemene voorwaarden voor saldering.

Latente belastingen
Voor alle belastbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering, wordt een latente belastingverplichting opgenomen. Voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de commerciële en fiscale balanswaardering en voor beschikbare voorwaartse verliescompensatie wordt een latente belastingvordering opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn voor verrekening. De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden opgenomen onder de financiële vaste activa respectievelijk voorzieningen.

De waardering van latente belastingverplichtingen en -vorderingen wordt gebaseerd op de fiscale gevolgen van de door Patrimonium, per balansdatum, voorgenomen wijze van realisatie of afwikkeling van activa, voorzieningen, schulden of overlopende passiva. Hierbij wordt uitgegaan van het geldende belastingtarief. De latente belastingverplichtingen en -vorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde. Voor de berekening van de contante waarde heeft de discontering plaats gevonden op basis van de nettorente en is rekening gehouden met de levensduur van de activa en passiva waarop de latenties betrekking hebben. De rentebate of -last voortkomend uit de afwikkeling van de contante waarde is opgenomen in de belastingkosten (en is geen onderdeel van de financiële baten en lasten).

De latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd indien de groep een in rechte afdwingbaar recht heeft om actuele belastingvorderingen te salderen met actuele belastingverplichtingen en de uitgestelde belastingvorderingen en de uitgestelde belastingverplichtingen verband houden met winstbelastingen die betrekking hebben op dezelfde fiscale eenheid en door dezelfde belastingautoriteit worden geheven.

Toerekening baten en lasten

Om tot de functionele indeling van de winst-en-verliesrekening te komen wordt gebruik gemaakt van een kosten verdeelstaat. Hierbij worden de personeelslasten verdeeld op basis van de werkelijke kosten van activiteiten van de werknemers. De overige bedrijfskosten worden verdeeld door een verdeelsleutel te hanteren op basis van de loonkosten per afdeling i.c. effectief het aantal werkzame fte’s.

Grondslagen voor kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de directe methode.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

Toelichting op de balans

I Vastgoedbeleggingen

Het verloop van de vastgoedbeleggingen is als volgt:

  DAEB vastgoed in exploitatie
2019
DAEB vastgoed in exploitatie
2018
niet-DAEB vastgoed in exploitatie
2019
niet-DAEB vastgoed in exploitatie
2018
Boekwaarde per 1 januari 638.231 557.884 30.761 32.079
         
Opleveringen vanuit vastgoed in ontwikkeling 13.989 0 0 0
Investeringen 6.125 8.276 14 3
Desinvesteringen -1.194 -1.718 0 0
Herclassificaties 0 -209 0 209
Niet-gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille 76.876 73.998 2.028 -1.530
Totaal van de mutaties 95.796 80.347 2.042 -1.318
         
Boekwaarde per 31 december 734.026 638.231 32.803 30.761
         
In de boekwaarde begrepen ongerealiseerde 430.985 361.327 9.438 8.354

Het effect van de niet-gerealiseerde waardeverandering op de mutatie herwaardering in de herwaarderingsreserve bedraagt voor het DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie respectievelijk € 70.461 en € 1.083.

  Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
2019
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie
2018
Stand per 1 januari:    
Aanschaffingswaarde 17.176 7.692
Cumulatieve waardeverminderingen -9.860 -6.839
Boekwaarde per 1 januari 7.316 853
     
Investeringen 8.782 9.484
Opleveringen -13.989  
Mutatie ORT -157  
Overige mutatie -1.952 -3.021
Totaal van de mutaties -7.316 6.463
     
Stand per 31 december:    
Aanschaffingswaarde 157 17.176
Cumulatieve waardeverminderingen -157 -9.860
Boekwaarde per 31 december 0 7.316

De in de verloopoverzichten weergegeven herclassificaties hebben betrekking op sfeerovergangen tussen DAEB en niet-DAEB als gevolg van nieuwe contracten. De herclassificaties hebben voor zover het sfeerovergangen betreft van DAEB naar niet-DAEB, niet geleid tot andere waarderingsgrondslag, en hebben daarom géén effect op vermogen of resultaat.

Mutaties in de marktwaarde van het bezit van een corporatie worden veroorzaakt door:

  • Aanpassingen (van parameters) als gevolg van marktontwikkelingen
  • Aanpassingen van parameters en methodiek als gevolg van het validatieonderzoek 2017
  • Aanpassingen in de methodiek van het handboek voortkomend uit de praktijk
  • Aanpassingen als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving
  • Mutaties in het bezit
  • Mutaties in de basisgegevens van verhuureenheden en complexen
  • Wijzigingen in de gebruikte software of modellen voor het uitvoeren van de waardering.

Hieronder worden de belangrijkste factoren voor de wijziging van de marktwaarde ten opzichte van vorig jaar toegelicht:

WOZ-waardes (mutatie objectgegevens)
Ten opzichte van 2018, is de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen gestegen van € 120,5 duizend naar € 128,9 duizend. Deze stijging van + 7,0% veroorzaakt een stijging van de gehanteerde leegwaarde en daarmee de verkoopopbrengsten.

Leegwaardestijging (parameteraanpassingen a.g.v. marktontwikkelingen)
De leegwaarde is de geschatte verkoopprijs op basis van de kosten koper, vrij van huur en overige lasten. De leegwaarde wordt als opbrengst in het uitpondscenario opgenomen, zodra de mogelijkheid tot de verkoop van een verhuureenheid zich voordoet. De leegwaarde wordt gelijkgesteld aan de geïndexeerde WOZ-waarde. De (verwachte) stijging van de leegwaarde, heeft een positief effect en op de marktwaarde.

Disconteringsvoet (mutatie parameteraanpassingen)
De disconteringsvoet is de marktconforme rendementseis waartegen de verwachte toekomstige inkomsten en uitgaven contant worden gemaakt.

De gemiddelde disconteringsvoet van woningen is als gevolg van de marktontwikkelingen gestegen van 6,93% naar 7,08% (2,16%). Deze stijging van de disconteringsvoet heeft een negatief effect op de marktwaarde.

1. DAEB en 2. Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

De onderverdeling van het vastgoed in exploitatie naar vastgoedtype is als volgt (in duizenden euro’s):

  2019 Waarderingsvariant
Eengezinswoningen 67.114 basis
Eengezinswoningen 53.804 full
Meergezinswoningen 558.736 basis
Meergezinswoningen 43.238 full
Bedrijfsmatig onroerend goed 14.232 full
Maatschappelijk onroerend goed 3.445 full
Parkeergelegenheden 6.404 basis
Parkeergelegenheden 1 full
Zorgvastgoed (intramuraal) 19.855 full
Totaal 766.829  

Bij het bepalen van de marktwaarde in verhuurde staat is gebruik gemaakt van meerdere macro economische parameters en/of schattingen. Het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde bepaalt de marktwaarde van de onroerende zaken in exploitatie op basis van de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen (Discounted Cash Flow methode). De toekomstige kasstromen worden bepaald aan de hand van een doorexploitatie- en een uitpondscenario.

Bij het doorexploitatiescenario is de veronderstelling dat het volledige complex in exploitatie blijft gedurende de DCF-periode. Bij het uitpondscenario is de veronderstelling dat na mutatie tot verkoop van individuele woningen tegen leegwaarde wordt overgegaan.

De berekening wordt uitgevoerd over een DCF-periode van vijftien jaar. In het doorexploiteerscenario wordt de huur bij mutatie aangepast naar de markthuur of de maximale huur, afhankelijk of de woongelegenheid bij mutatie is te liberaliseren.

  • Indien de maximale huur lager dan of gelijk is aan de huurliberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur het minimum van de markthuur en de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelstel.
  • Indien de maximale huur hoger is dan liberalisatiegrens, dan is de nieuwe huur de markthuur.

Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de volgende macro-economische parameters:

Parameters woongelegenheden 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 e.v.
Prijsinflatie 2,60% 1,30% 1,50% 1,80% 2,00% 2,00% 2,00%
Looninflatie 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging 4,40% 3,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging 5,70% 3,90% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Instandhoudingsonderhoud per vhe - EGW 506 - 1686 506 - 1686 506 - 1686 506 - 1686 506 - 1686 506 - 1686 506 - 1686
Instandhoudingsonderhoud per vhe - MGW 370 - 1603 370 - 1603 370 - 1603 370 - 1603 370 - 1603 370 - 1603 370 - 1603
Beheerkosten per vhe - EGW 447 447 447 447 447 447 447
Beheerkosten per vhe - MGW 439 439 439 439 439 439 439
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,170% 0,170% 0,170% 0,170% 0,170% 0,170% 0,170%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,09% 0,09% 0,09% 0,09% 0,09% 0,09% 0,09%
Verhuurderheffing (% van de WOZ) 0,561% 0,562% 0,562% 0,563% 0,537% 0,538% 0,538%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar - zelfstandige eenheden 1,00% 1,00% 1,20% 1,30% 0,50% 0,50% 0,50%
Huurstijging goven prijsinflatie voorgaand jaar - onzelfstandige eenheden 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Huurderving (% van de huursom) 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00% 1,00%
Mutatiekans bij doorexploiteren 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50%
Mutatiekans bij uitponden 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50% 2% - 50%
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) 1,40% 1,40% 1,40% 1,40% 1,40% 1,40% 1,50%
Disconteringsvoet 6,04% - 7,31% 6,04% - 7,31% 6,04% - 6,04% - 7,31% 6,04% - 7,31% 6,04% - 7,3% 6,04% - 7,31%

Voor splitsingskosten is een norm gehanteerd van € 531 per te splitsen eenheid. De verkoopkosten, bestaande uit makelaars- en andere handelingskosten bedragen 1,5% van de leegwaarde van een verhuureenheid.

Parameters bedrijfsmatig onroerend goed 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 5,60 5,60 5,60 5,60 5,60
Mutatieonderhoud per m2 bvo 9,40 9,40 9,40 9,40 9,40
Beheerkosten % van de markthuur _BOG 3,00% 3,00% 3,00% 3,00% 3,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,499% 0,499% 0,499% 0,499% 0,499%
Belastingen en verzekeringen (% van de WOZ) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 6% - 11,5% 6% - 11,5% 6% - 11,5% 6% - 11,5% 6% - 11,5%

Parameters maatschappelijk onroerend goed 2019 2020 2021 2022 2023 e.v. 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsoverhoud per m2 bvo 6,80 6,80 6,80 6,80 6,80 6,80 6,80
Mutatieonderhoud per m2 bvo 11,40 11,40 11,40 11,40 11,40 11,40 11,40
Beheerkosten % van de markthuur - MOG 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,499% 0,499% 0,499% 0,499% 0,499% 0,499% 0,499%
Belastingen en verzekeringen (% van de WOZ) 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 7,5 - 10% 7,5 - 10% 7,5 - 10% 7,5 - 10% 7,5 - 10% 7,5 - 10% 7,5 - 10%

Parameters parkeergelegenheden 2019 2020 2021 2022 2023 e.v. 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsonderhoud - parkeerplaats 52 50 50 50 50 50 50
Instandhoudingsonderhoud - garagebox 173 166 166 166 166 166 166
Beheerkosten - parkeerplaats 27 26 26 26 26 26 26
Beheerkosten - garagebox 38 37 37 37 37 37 37
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%
Belastingen en verzekeringen (% van de WOZ) 0,24% 0,24% 0,24% 0,24% 0,24% 0,24% 0,24%
Disconteringsvoet 7,33% - 7,42% 7,33% - 7,42% 7,33% - 7,42% 7,33% - 7,42% 7,33% - 7,42% 7,33% - 7,42% 7,33% - 7,42%

Parameters intramuraal zorgvastgoed 2019 2020 2021 2022 2023 e.v. 2022 2023 e.v.
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 9,00 9,00 9,00 9,00 9,00 9,00 9,00
Mutatieonderhoud per m2 bvo 11,40 11,40 11,40 11,40 11,40 11,40 11,40
Beheerkosten % van de markthuur 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Belastingen en verzekeringen incl OZB (% van de WOZ) 0,36% 0,36% 0,36% 0,36% 0,36% 0,36% 0,36%
Disconteringsvoet 6% - 8,5% 6% - 8,5% 6% - 8,5% 6% - 8,5% 6% - 8,5% 6% - 8,5% 6% - 8,5%

Inschakeling taxateur
Jaarlijks wordt 1/3 deel van de onroerende zaken in exploitatie waar de full waarderingsvariant van toepassing is getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs. Dit betekent dat elk derde deel van de hiervoor genoemde onroerende zaken in exploitatie minimaal eens per drie jaar opnieuw wordt getaxeerd. Het taxatierapport en het taxatiedossier waarin de waardering en de daarbij gehanteerde aanpassingen ten opzichte van de basisvariant zijn onderbouwd en vastgelegd zijn in het bezit van Patrimonium en op aanvraag beschikbaar voor de Autoriteit woningcorporaties.

Toepassing vrijheidsgraden
Patrimonium heeft voor een gedeelte van haar vastgoedbezit (bedrijfsmatig-, maatschappelijk- en intramuraal zorg onroerend goed) verplicht de full versie van het Handboek toegepast. Daarnaast heeft Patrimonium voor haar eengezinswoningen, meergezinswoningen en parkeerplaatsen gelegen in het aardbevingsgebied de full versie van het Handboek toegepast. De reikwijdte, aard en omvang van de aanpassingen zijn van toepassing op meerdere complexen, derhalve worden de gehanteerde vrijheidsgraden hierna schematisch op portefeuilleniveau toegelicht. Indien en voor zover op complexniveau is afgeweken van de vrijheidsgraden op portefeuilleniveau, dan wordt dit separaat toegelicht.

Ten slotte wordt hier opgemerkt dat bij de gehanteerde vrijheidsgraden zoveel als mogelijk aansluiting is gezocht bij het document “Best Practices vrijheidsgraden behorende bij het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde”, dat tot stand is gekomen op basis van een samenwerking tussen diverse gespecialiseerde partijen.

De hierna genoemde vrijheidsgraden hebben betrekking op de mate van afwijking ten opzichte van de basisvariant.

Schematische vrijheid
Wordt toepast bij het zorgvastgoed en heeft betrekking op het specifieke verloop van de toekomstige huuropbrengst.

Markthuur(stijging)
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur heeft op complexniveau referenties geraadpleegd, uit de NVM-database teneinde marktconforme markthuur(stijgingen) voor de getaxeerde BOG/MOG/ZOG-objecten in de taxaties te kunnen verwerken.

Exit Yield
Deze vrijheidsgraad is toegepast bij BOG/MOG/ZOG-objecten. Taxateur acht een inschatting van de exit yield op basis het model van taxateur (waarbij onder meer de aanwezige huurpotentie als uitgangspunt wordt gehanteerd) beter passend en tot meer marktconforme waarderingsuitkomsten komt.

Leegwaarde(stijging)
Deze vrijheidsgraad is wel toegepast. Taxateur heeft de leegwaarde van meergezinswoningen in het aardbevingsgebied o.b.v. referenties naar boven bijgesteld.

Disconteringsvoet
Deze vrijheidsgraad is wel toegepast, zowel bij BOG/MOG/ZOG-objecten als de eengezins- en meergezinswoningen. Taxateur is van mening dat de disconteringsvoet die tot stand komt op grond van de basisversie onvoldoende recht doet aan de afwijkende risicoprofielen van de complexen onderling, en heeft derhalve per complex een inschatting gemaakt van de disconteringsvoet.

Onderhoud
Deze vrijheidsgraad is toegepast. Taxateur acht een inschatting van regulier onderhoud bij enkele BOG-objecten op basis van de Vastgoed Taxatiewijzer beter passend.

Technische splitsingskosten
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Bijzondere omstandigheden
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Erfpacht
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Exploitatiescenario
Deze vrijheidsgraad is niet toegepast.

Schattingen
Gelet op de huidige marktomstandigheden kunnen toekomstige marktontwikkelingen waarop zowel door interne als door externe taxateurs gehanteerde aannames en schattingen ter bepaling van de reële waarde van het vastgoed waar de full waarderingsvariant van toepassing is, ten opzichte van de werkelijk te verwachten marktontwikkelingen van significante invloed zijn op de uitkomsten van de huidige waardering in de jaarrekening.

Om inzicht te geven in de effecten van redelijkerwijs mogelijke wijzigingen in belangrijke parameters op de reële waarde van het gehele vastgoed in exploitatie – gewaardeerd volgens de DCF-methode – is de volgende gevoeligheidsanalyse opgenomen:

Parameters Gehanteerd in reële waarde Stel mogelijke afwijking Effect op reële waarde * in €1.000 Effect op reële waarde* in %
Mutatiegraad 2% - 50% +10% (relatief) 8.474 1,11%
Mutatiegraad 2% - 50% -10% (relatief) -9.202 -1,20%
Disconteringsvoet 6% - 11,5% +1% (absoluut) -78.180 -10,20%
Disconteringsvoet 6% - 11,5% -1% (absoluut) 122.827 16,03%

*Het effect op de reële waarde is berekend per afzonderlijke afwijking (overige parameters blijven gelijk)

Beleidswaarde
De beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie naar vastgoedtype is als volgt:

(in duizenden euro's)

  2019 2020
Eengezinswoningen (EGW) 67.938 66.399
Meergezinswoningen (MGW) 281.701 226.860
Bedrijfsmatig onroerend goed 14.232 13.527
Maatschappelijk onroerend goed 3.445 1.337
Zorgvastgoed (intramuraal) 19.856 15.253
Zorgvastgoed (extramuraal) (ZOG) 0 788
Parkeergelegenheden 6.405 6.197
TOTAAL 393.577 330.361
Marktwaarde in verhuurde staat van DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie 766.829 668.992
Maatschappelijke bestemming (van het Eigen Vermogen) 373.252 338.631

De beleidswaarde 2019 is € 63,216 miljoen gestegen ten opzichte van 2018.

Uitgangspunten beleidswaarde
De beleidswaarde is een afgeleide van de marktwaarde. Vertrekpunt voor de beleidswaarde is de huidige marktwaarde. Om te komen tot de beleidswaarde, is de DCF berekening van de marktwaarde voor woongelegenheden aangepast op vier onderdelen die duiding geven aan de maatschappelijke opgave. Dit betreft geen marktconforme maar maatschappelijke beleidskasstromen voor huur, onderhoud en beheer, en alleen doorexploiteren van het bezit in plaats van de hoogste van uitponden en doorexploiteren. Het verschil tussen markt- en beleidswaarde heet de ‘maatschappelijk bestemming’ en geeft duiding aan de waarde (en in de jaarrekening vermogen) dat niet wordt gerealiseerd gegeven het maatschappelijke beleid.

In het bestuursverslag is een beleidsmatige beschouwing opgenomen over het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde van de onroerende zaken in exploitatie, alsmede de ontwikkeling van beide waardes en de consequenties van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde voor het eigen vermogen in paragraaf C. 

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Patrimonium en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  • Enkel uitgaan van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie.
  • Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie.
  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald overeenkomstig het (onderhouds)beleid van de corporatie en het als onderdeel daarvan vastgestelde meerjaren onderhoudsprogramma voor het vastgoedbezit, in plaats van onderhoudsnormen in de markt.
  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd 'lasten verhuur en beheeractiviteiten' in de resultatenrekening.

De belangrijkste uitgangspunten en veronderstellingen zijn (voor zover ze afwijken van de marktwaarde in verhuurde staat) hieronder weergegeven:

Stap Gehanteerd in reële waarde Afwijking n.a.v stap 2019
Effect op marktwaarde**
x €1.000
2019
Effect op marktwaarde**
In % van de reële waarde
2018
Effect op marktwaarde**
x €1.000
2018
Effect op marktwaarde**
In % van de reële waarde
Stap 0:
marktwaarde in verhuurde staat
    766.829 100% 668.992 100%
Stap 1:
beschikbaarheid
Hoogste van uitponden en door-exploitateren Volledig door-exloiteren -78.739 -10,27% -90.128 -11,75%
Stap 2:
betaalbaarheid
Markthuur Streefhuur -172.434 -22,49% -160.524 -20,93%
Stap 3:
kwaliteit
Marktconforme onderhoudsnorm Beleids-onderhoudsnorm -128.830 -16,80% -99.623 -12,99%
Stap 4:
beheer
Markconforme beheernorm Beleids-beheernorm 6.751 0,88% 11.644 1,52%
Beleidswaarde     393.577 51,33% 330.361 43,08%

** Het effect op de reële waarde is cumulatief berekend

Ten aanzien van stap 2 (betaalbaarheid) is de streefhuur gemiddeld:

  • voor eengezinswoningen: € 638 per maand, zijnde 76% van de maximaal redelijke huur (2018 € 619 per maand zijnde 77% van de maximaal redelijke huur)
  • voor meergezinswoningen: € 563 per maand, zijnde 84% van de maximaal redelijke huur (2018 € 502 per maand zijnde 78% van de maximaal redelijke huur)

Ten aanzien van stap 3 (kwaliteit) is de beleidsonderhoudsnorm gemiddeld € 2.162 per verhuureenheid per jaar. Deze norm geldt voor zowel de eengezinswoningen als meergezinswoningen. In 2018 is de beleidsonderhoudsnorm gemiddeld € 2.353.

Ten aanzien van stap 4 (beheer) is de beleidsbeheernorm gemiddeld € 705 per verhuureenheid per jaar. Deze norm geldt voor zowel de eengezinswoningen als meergezinswoningen. In 2018 is de beleidsbeheernorm gemiddeld € 656.

In onderstaande tabel wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:

Effect op de beleidswaarde Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde
Disconteringsvoet 1% hoger € 60,3 miljoen lager
Streefhuur per maand € 25 hoger € 33.1 miljoen hoger
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 hoger € 31,1 miljoen lager

De beleidswaarde is eerst gedurende 2018 ingevoerd, waarbij dit waardebegrip nog in ontwikkeling is. Verdere ontwikkeling van dit waardebegrip door Aw en WSW zal kunnen leiden tot aanpassingen in de beleidswaarde in komende perioden, denk aan de nadere aanscherping van het begrip onderhoud / verbetering en beheerlasten. 

WOZ-waarde
De WOZ-waarde bedraagt ultimo 2019 € 870,8 miljoen (2018 € 787,1 miljoen), een stijging van 10,6%.

Zekerheden en beperkingen
Zonder toestemming van het WSW is het de corporatie niet toegestaan om de woningen die met door het WSW geborgde leningen zijn gefinancierd te bezwaren met een beperkt recht (recht van pand/hypotheek, recht van opstal, recht van erfpacht, recht van vruchtgebruik) of de verplichting aan te gaan om deze woningen met een zekerheidsrecht te bezwaren (positieve hypotheekverklaring). Als gevolg hiervan zijn de woningen die met geborgde leningen zijn gefinancierd, niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. Daarnaast heeft het WSW recht van eerste hypotheek op de woningen van de corporatie betreffende de door het WSW geborgde financiering.

Voor de door het WSW verstrekte borgstelling heeft de corporatie een obligoverplichting gebaseerd op de omvang van de door het WSW geborgde leningen. Deze obligoverplichting is in de toelichting op de balans vermeld onder de ‘Niet in de balans opgenomen verplichtingen en activa’.

Er zijn geen woningen hypothecair bezwaard.

Juridische en feitelijke verplichtingen inzake de waardering van het vastgoed
Eind 2017 zijn er nieuwe prestatieafspraken gemaakt met de gemeente Groningen over de ontwikkeling en realisatie van woningen voor de periode 2017-2021. Deze afspraken leiden niet tot restricties in de sfeer van huurprijs- en verkoopbeperkende regels, instandhouding van een bepaalde minimumomvang van de goedkope woningvoorraad of waardedrukkend effect op de geschatte marktwaarde van de vastgoedbeleggingen.

Aardbevingsrisico
Patrimonium heeft woningen in een gebied waar aardbevingen optreden. Dit heeft nu en in de toekomst effect op onder meer bedrijfsvoering en risico’s en daarmee eveneens op de jaarrekening. Het vastgoed van Patrimonium bevindt zich uitsluitend in de stad Groningen, een deel van de woningen bevindt zich in het risicogebied waar 20% of meer geaccepteerde schadegevallen ten opzichte van de totale woningvoorraad voorkomt. De impact op de marktwaarde conform het handboek marktwaarde is in beeld gebracht, in 2019 is dit deel van het bezit op basis van een full-taxatie beoordeeld, in 2018 op basis van de basis versie, het verschil is gekwantificeerd.

Patrimonium heeft beoordeeld of zij financieel in staat is om de gevolgen van de aardbevingsschade (waaronder het verschil tussen uitgaande kasstromen als gevolg van schadeherstel en -beperking en de extra kosten in haar bedrijfsvoering versus de te ontvangen vergoedingen) op te vangen en de toekomstige bedrijfsvoering te kunnen continueren. Naar de mening van het bestuur, met de kennis ten tijde van het opmaken van de jaarrekening is er geen aanleiding om te veronderstellen dat Patrimonium hier niet toe in staat zou zijn. Patrimonium schat het risico ten aanzien van de continuïteit op dit moment als laag in. In het jaarverslag wordt een nadere toelichting gegeven over de aardbevingsrisico’s.

II Materiële vaste activa

4. Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Het verloop van deze post is als volgt:

  2019 2018
Stand 1 januari:    
Aanschafwaarde 7.351 7.300
Cumulatieve afschrijvingen en afwaarderingen -6.459 -6.105
Boekwaarde per 1 januari: 893 1.195
     
Mutaties:    
Investeringen 949 51
Desinvesteringen -14 0
Afwaarderingen 0 0
Terugname afwaarderingen 0 0
Overige mutaties 0 0
Afschrijvingen -386 -354
Totaal van de mutaties 549 -302
     
Stand 31 december:    
Aanschafwaarde 8.287 7.351
Cumulatieve afschrijvingen en afwaarderingen -6.845 -6.459
4. Boekwaarde per 31 december 1.442 893

Afschrijvingen
De afschrijvingen op de onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn bepaald volgens de lineaire methode rekening houdend met een eventuele restwaarde, onder toepassing van de componentenbenadering en gebaseerd op de volgende verwachte gebruiksduur:

  • Bedrijfsterreinen: geen afschrijving
  • Automatisering: 5 jaar
  • Bedrijfsauto’s: 5 jaar
  • Inventaris kantoor: 5 of 10 jaar
  • Kantoorgebouw (exclusief grond): 50 jaar
    Het kantoorgebouw wordt als geheel en niet naar componenten afgeschreven, aangezien de invloed van het verschil in afschrijving op het resultaat en vermogen verwaarloosbaar is.

Actuele waarde
De actuele waarde (WOZ) van het kantoorpand bedraagt € 0,98 miljoen (2018: € 0,99 miljoen).

Buitengebruik gestelde materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie
Patrimonium heeft activa ten dienste van de exploitatie buitengebruik gesteld in 2019 voor € 14 duizend (2018: € 0 duizend). Het betreft hier de verkoop van de bussen van de vaklieden.

Zekerheden
Er zijn geen bedrijfsgebouwen en -terreinen hypothecair verbonden ten behoeve van kredietinstellingen.

III Financiële vaste activa

  2019 2018
5. Latente belastingvorderingen 1.408 2.025
6. Overige effecten 1 1
Totaal 1.408 2.026

Latente belastingvordering(en)
Bij een aantal jaarrekeningposten is sprake van tijdelijke verschillen tussen de waardering van activa en passiva volgens jaarrekeninggrondslagen en fiscale grondslagen. De hieruit voortvloeiende latente belastingvorderingen worden hierna toegelicht:

  1.  Ten aanzien van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie en ontwikkeling is sprake van een waarderingsverschil tussen de commerciële en fiscale boekwaarde. De marktwaarde van het vastgoed in exploitatie bedraagt ultimo 2019 € 766,8 miljoen. De fiscale boekwaarde bedraagt ultimo 2019 € 653,0 miljoen. Ultimo 2018 is dit € 668,9 miljoen, respectievelijk € 641,8 miljoen.

    Het totale waarderingsverschil ultimo 2019 van €113,8 miljoen is gewaardeerd waarbij rekening is gehouden met tijdelijke verschillen voor zover hier passieve latenties tegenover staan én beschikbare toekomstige winst waarschijnlijk is.

    Dit vindt zijn uiting in het waarderen van tijdelijke verschillen op woongelegenheden die in de komende 5 jaar, naar verwachting, worden verkocht (100 woningen) dan wel in de komende tien jaar op kan worden afgeschreven, waarbij alleen de woningen in aanmerking zijn genomen waarbij het verschil in waardering door afschrijving wordt gerealiseerd. Er is vooralsnog geen latentie voor toekomstige slopen in aanmerking meegenomen. In 2019 zijn geen woningen gesloopt en is voor geen enkele woning een sloopbesluit genomen. Voor de overige woningen komen de tijdelijke verschillen pas dermate laat tot uiting, dat waarschijnlijkheid van toekomstige winsten, onvoldoende zeker is. De latentie is tegen de contante waarde opgenomen.
     
  2. Leningen o/g
    In de jaarrekening is voor de leningenportefeuille een latente belastingvordering tegen de contante waarde verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de fiscus toepast (i.c. reële waarde) en de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs). De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen.
     
  3. In de fiscale jaarrekening is een herinvesteringsreserve gevormd voor een bedrag ad € 0,8 miljoen (2018: € 1 miljoen). Deze uitgestelde belastingbetaling leidt tot een tijdelijk verschil met een passieve latentie tot gevolg. Gezien de zeer lange looptijd van dit tijdelijke verschil, is dit verschil gelijk aan de overige woningen op een contante waarde gewaardeerd.

    De gehanteerde netto-disconteringsvoet bedraagt 2,69% (2018: 3,15%). De gemiddelde looptijd van de tot waardering gebrachte latente belastingverplichtingen is variërende tussen de 5 en 25 jaar.
    Van de vordering wordt een bedrag van € 0,06 miljoen (2018: € 0,18 miljoen) naar verwachting binnen 1 jaar gerealiseerd.

Stand latente belastingvorderingen tot waardering gebracht
De latente belastingvorderingen opgenomen in de balans en de hiermee samenhangende latente belastinglasten/-baten in de winst-en-verliesrekening zijn als volgt te specificeren:

  Balans
2019
Balans
2018
Winst-en-verliesrekening
2019
Winst-en-verliesrekening
2018
Verrekenbare/belastbare tijdelijke verschillen uit hoofde van fiscaal afschrijvingspotentieel 377 1056 679 -102
Verrekenbare/belastbare tijdelijke verschillen uit hoofde te verkopen wooneenheden 698 646 -52 45
Verrekenbare/belastbare tijdelijke verschillen uit hoofde van disagio leningen 333 323 -10 -29
Totaal latente belastingvordering 1408 2025 617 -86

Het verloop van de in de balans tot waardering gebrachte latente belastingvorderingen in het boekjaar is op totaalniveau als volgt:

  2019 2018
Boekwaarde 1 januari 2.025 1.939
Realisatie ten laste van het resultaat -679 -45
Dotatie ten gunste van het resultaat 62 131
5. Boekwaarde 31 december 1.408 2.025

De latenties uit hoofde van tijdelijke verschillen, zijn gebaseerd op de volgende nominale waarderingsverschillen ultimo 2019:

  Jaarrekening Fiscaal Verschil 25%
Waarde van leningen o/g 203.759 205.761 -2.002 -501
Waarde van vastgoed in exploitatie inzake afschrijvingen 0 1.920 -1.920 -480
Waarde van vastgoed in exploitatie inzake verkopen 7.865 11.272 -3.407 -852
  211.624 218.953 -7.329 -1.832

* tarief ultimo 2019, komende jaren is een lager tarief van toepassing.

Latente belastingverplichting op een contante waarde van nihil gewaardeerd
Het niet tot waardering gebrachte nominale verschil tussen de commerciële en fiscale waardering van het vastgoed bedraagt in totaal 119,2 mln. Als gevolg van de lange termijn tot realisatie is de contante waardering van de latente belastingverplichting, die ziet op het verschil tussen de commerciële en fiscale waardering van het vastgoed op nihil gewaardeerd. Het doel van Patrimonium is om door te exploiteren waarbij eventueel sloop en nieuwbouw zal worden gepleegd bij de einde van het levensduur, derhalve zal het volledige waarderingsverschil waarschijnlijk niet tot realisatie komen (met uitzondering bij desinvesteringen) waarvoor wel een latentie wordt gevormd). 

Overige financiële vaste activa
Dit betreft 100 aandelen in Woningnet N.V. te Utrecht.

I Voorraden

7. Overige voorraden
Betreft de voorraad onderhoudsmaterialen van afdeling technische dienst in het magazijn en in de servicewagens.

  2019 2018
7. Overige voorraden 469 380
Totaal 469 380

II Vorderingen

  2019 2018
8. Huurdebiteuren 510 268
9. Belastingen en premies sociale verzekeringen 0 1.087
10. Overige vorderingen 423 135
11. Overlopende activa 890 202
Totaal 1.823 1.693

De looptijd van de vorderingen is korter dan een jaar (< 1 jaar).

8. Huurdebiteuren
De vordering op huurdebiteuren omvat naast de huren ook te vorderen servicekosten, herstelkosten en incassokosten. In de vordering op vertrokken huurders zijn tevens kosten van mutatieonderhoud voor rekening van de huurder begrepen.

Patrimonium heeft een vordering uitstaan van € 28 duizend welke reeds meer dan 5 maanden openstaat. De beoordeling van de inbaarheid van deze vordering vereist een inschatting van subjectieve elementen. Op basis van onze gesprekken, schriftelijke bevestigingen en analyse van financiële rapportages, is de verwachting dat de vordering binnen drie maanden na balansdatum zal worden voldaan. Er is derhalve geen voorziening gevormd.

De huurdebiteuren bestaat uit de bruto huurdebiteuren van € 510 duizend (2018: € 268 duizend) verminderd met de voorziening dubieuze debiteuren van € 0 (2018: € 0). Dit resulteert in een balanspost van € 510 duizend (2018: € 268 duizend). Binnen Patrimonium is geen voorziening dubieuze debiteuren gevormd:

9. Belastingen en premies sociale verzekeringen

  2019 2018
Vennootschapsbelasting lopende boekjaar 0 290
Vennootschapsbelasting voorgaande boekjaren 0 797
Totaal 0 1.087

De post Vennootschapsbelasting lopende boekjaar betreft de naar verwachting te vorderen belasting over het belastbaar bedrag van het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de fiscale waarderingsregels volgens de vaststellingsovereenkomst (VSO), berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten. Ultimo 2019 is sprake van een schuld.

10. Overige vorderingen
De post overige vorderingen is als volgt te specificeren:

  2019 2018
Overige vorderingen 423 135
10. Totaal 423 135

11. Overlopende activa
De post overige vorderingen is als volgt te specificeren:

  2019 2018
Overlopende activa 890 890
11. Totaal 890 890

III Liquide middelen

  2019 2018
Overlopende activa 890 890
11. Totaal 890 890
     

C Eigen vermogen

Per 31 december 2019 is in totaal € 440,4 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2018: € 369,7 miljoen), zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving.

Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van € 351,9 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Patrimonium. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

Het eigen vermogen bedraagt per balansdatum € 563,2 miljoen (2018: € 482,5 miljoen). Het eigen vermogen is als volgt samengesteld:

  2019 2018
(na resultaatbestemming)    
12. Herwaarderingsreserve 440.423 369.682
13. Overige reserve 122.845 112.797
Totaal 563.268 482.479

 12. Herwaarderingsreserve
Het verloop van de herwaarderingsreserve na resultaatbestemming is als volgt:

  DEAB-vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
Stand per 1 januari 2018 295.207 9.920 305.127
Desinvesteringen -1.026 0 -1.026
Mutatie herwaardering 67.146 -1.565 65.581
Stand per 31 december 2018 361.327 8.355 369.682
       
Stand per 1 januari 2019 361.327 8.355 369.682
Desinvesteringen -803 0 -803
Mutatie herwaardering 70.461 1.083 71.544
12. Stand per 31 december 2019 430.985 9.438 440.423

De herwaarderingsreserve DAEB vastgoed en niet-DAEB vastgoed in exploitatie betreft het positief verschil tussen de boekwaarde op basis van de marktwaarde (op basis van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) en de boekwaarde op basis van historische aanschafprijs.

13. Overige reserve

Het verloop van de overige reserve na resultaatbestemming is als volgt:

  2019 2018
Stand 1 januari 112.797 97.714
Resultaatbestemming boekjaar 9.245 14.057
Realisatie uit herwaarderingsreserve 803 1.026
13. Stand 31 december 122.845 112.797

Bestemming van het resultaat 2019
Het bestuur stelt aan de Raad van Commissarissen voor het resultaat over het boekjaar 2019 van
€ 80,789 miljoen als volgt te bestemmen:

  • Het gerealiseerde resultaat over het boekjaar 2019 van € 9,245 miljoen ten gunste van de overige reserve te brengen.
  • Het niet-gerealiseerde resultaat ad € 71,544 miljoen (bestaande uit waardeveranderingen vastgoed in exploitatie) ten gunste van de herwaarderingsreserve te brengen.

D Voorzieningen

  2019 2018
14. Voorziening onrendabele investeringen 47 0
15. Voorziening reorganisatiekosten 77 85
16. Overige voorzieningen 322 320
Totaal 445 405

14. Voorziening onrendabele investeringen
Het verloop van de voorziening onrendabele investeringen is als volgt:

  Vastgoed in ontwikkeling
DAEB
Vastgoed in ontwikkeling
Niet - DAEB
Vastgoed in ontwikkeling
Totaal
Stand 1 januari 2019 0 0 0
Toevoegingen (overige waardeveranderingen) 205 0 205
Vrijval (overige waardeveranderingen) 0 0 0
Onttrekking -157 0 -157
14. Stand 31 december 2019 48 0 48
       
Waarvan:      
looptijd < 1 jaar 48 0 48
looptijd < 5 jaar 0 0 0

15. Voorziening reorganisatiekosten
In 2019 is een voorziening gevormd voor kosten voor twee medewerkers waarvoor een vaststellingsovereenkomst is opgesteld.

  2019 2018
Stand 1 januari 2019 85 0
Dotatie 77 85
Onttrekking -85 0
Vrijval 0 0
Stand 31 december 2019 77 85
     
Waarvan:    
looptijd < 1 jaar 77 85
looptijd > 5 jaar 0 0

16. Overige voorzieningen

De overige voorzieningen en het verloop ervan in het boekjaar is als volgt:

  Jubileum-uitkeringen Loopbaan-ontwikkeling Totaal
Stand 1 januari 2019 158 162 320
Dotatie 6 11 17
Toevoeging rente 0 0 0
Onttrekking -9 -6 -15
Vrijval 0 0 0
Stand 31 december 2019 155 167 322
       
Waarvan:      
looptijd < 1 jaar 1 42 43
looptijd > 5 jaar 153 125 279

E Langlopende schulden

  2019
Effectieve rente %
2019
> 5 jaar
2019
> 1 jaar
2019
Totaal
17. schulden/leningen overheid 5,29% 6.811 145 6.956
18. schulden/leningen kredietinstellingen 3,51% 183.969 4.337 188.307
Totaal   190.780 4.482 195.263

Langlopende schulden met een resterende looptijd van minder dan één jaar, waaronder de aflossingsverplichtingen voor komend jaar, zijn verantwoord onder de kortlopende schulden. De leningenportefeuille is in hoofdzaak opgenomen in de vorm van diverse annuïteitenleningen.

Voor een toelichting op de renterisico’s en reële waarde wordt verwezen naar de paragraaf financiële instrumenten.

17. en 18. Schulden/leningen overheid en kredietinstellingen

  Overheid Krediet-instellingen Totaal
Verantwoord onder langlopende schulden 7.466 180.500 187.966
Verantwoord onder kortlopende schulden 486 7.956 8.442
Stand 1 januari 2019 7.952 188.456 196.408
Nieuwe leningen 0 25.500 25.500
Aflossingen -486 -17.663 -18.149
Verantwoord onder kortlopende schulden -510 -7.986 -8.497
Stand 31 december 2019 6.956 188.307 195.262

Naast deze leningen is ultimo 2019 geen financiering aangetrokken met uitgestelde stortingen in 2020.

Zekerheden
Alle leningen overheid en kredietinstellingen zijn volledig geborgd door het WSW. Voor de door het WSW geborgde leningen heeft Patrimonium zich verbonden het onderliggend onroerend goed in exploitatie met een boekwaarde van € 766,0 miljoen (2018: € 669,0 miljoen) niet zonder toestemming te bezwaren, van bestemming te veranderen, te vervreemden of teniet doen gaan.

Achterstelling
Onder de schulden/leningen overheid en kredietinstellingen is geen achtergestelde schuld begrepen.

Aflossingssysteem
De leningen worden afgelost op basis van het annuïtaire dan wel het fixe systeem.

F Kortlopende schulden

  2019 2018
19. Schulden aan overheid 510 486
20. Schulden aan kredietinstellingen 7.986 7.956
21. Schulden aan leveranciers 3.689 2.441
22. Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.760 112
23. Schulden ter zake van pensioenen 0 41
24. Overige schulden 595 1.866
25. Overlopende passiva 4.041 4.024
Totaal 18.581 16.926

19. Schulden aan overheid

  2019 2018
Aflossingsverplichting komend boekjaar 510 486
Totaal 510 486

Zekerheden
Er zijn geen zekerheden gesteld in het kader van bij overheid verkregen financieringen.

20. Schulden aan kredietinstellingen

  2019 2018
Aflossingsverplichting komend boekjaar 7.986 7.956
Totaal 7.986 7.956

Zekerheden

Door de huisbankier zijn aan Patrimonium kasgeld- en rekening-courantkredietfaciliteiten ter beschikking gesteld voor een totaalbedrag van € 2,0 miljoen miljoen per 31 december 2019. Tegenover deze faciliteiten is geen zekerheid verstrekt.

Per balansdatum is binnen de kasgeldfaciliteit en binnen de rekening-courantfaciliteit nihil opgenomen. De verschuldigde rente van deze faciliteiten is variabel (Euribor plus opslag).

22. Belastingen en premies sociale verzekeringen

  2019 2018
Vennootschapsbelasting lopende boekjaar 1.380 0
Vennootschapsbelasting voorgaande boekjaren -416 0
Verhuurderheffing 0 0
Loonheffingen 124 0
Omzetbelasting boekjaar 534 377
Omzetbelasting suppletie 138 -265
22. Totaal 1.760 112

De post verschuldigde vennootschapsbelasting van het boekjaar betreft de naar verwachting te betalen belasting over het belastbaar bedrag van het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de fiscale waarderingsregels volgens de vaststellingsovereenkomst (VSO), berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten.

24. Overige schulden

  2019 2018
Te betalen juridische kosten 2 4
Te betalen bankkosten 2 4
Te betalen bouw- en onderhouds- en energiekosten 552 1.671
Te betalen huur Zinn 0 0
Lief en Leed personeel 4 4
Waarborgsommen 34 37
24. Totaal 595 1.719

Alle schulden zijn kortlopend, korter dan 1 jaar. De schulden zijn in 2019 lager dan in 2018 doordat begin 2020 minder bouwnota’s zijn ontvangen die betrekking hadden op 2019, dan de bouwnota’s die begin 2019 zijn ontvangen en betrekking hadden op 2018. De nota’s die begin 2020 (met betrekking op 2019) zijn ontvangen, zijn begin 2020 voldaan.In 2019 heeft een herrubricering plaatsgevonden en zijn de accountantskosten onder de overlopende passiva verantwoord. De vergelijkende cijfers boekjaar 2018 zijn mede voor het inzicht.

25. Overlopende passiva

  2019 2018
Vooruitontvangen huren 341 451
Opgebouwde rentelasten (transitorische rente) 3.359 3.359
Te belaten accountant- en advieskosten 140 147
Vkantiedagen 200 214
Diversen 0 0
25. Totaal 4.041 4.171

Alle schulden zijn kortlopend, korter dan 1 jaar.

Financiële instrumenten

Algemeen
De in deze toelichting opgenomen gegevens verschaffen informatie die behulpzaam is bij het schatten van de omvang van risico’s die verbonden zijn aan zowel de in de balans opgenomen als de niet in de balans opgenomen financiële instrumenten.

Doelstellingen en beleid inzake beheer financiële risico’s
De primaire financiële instrumenten van Patrimonium, anders dan derivaten, dienen ter financiering van haar operationele activiteiten of vloeien direct uit deze activiteiten voort. Een belangrijke doelstelling van het financieringsbeleid van Patrimonium is het voorkomen dan wel spreiden van ongewenste financiële risico’s zoals rente- en liquiditeitsrisico’s.

Het beleid is erop gericht het jaarlijks renterisico te maximeren op 15% van de leningenportefeuille. In dit kader maakt Patrimonium geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten zoals renteswaps ter afdekking van het renterisico dat ontstaat uit haar financieringsactiviteiten. Het beleid van Patrimonium is om niet te handelen in financiële instrumenten voor speculatieve doeleinden.

De belangrijkste risico’s uit hoofde van de financiële instrumenten van Patrimonium zijn het kredietrisico, liquiditeitsrisico, renterisico (prijs- en kasstroomrisico) en marktrisico.

Het beleid van Patrimonium om deze risico’s te beperken is als volgt.

Renterisico (prijs- en kasstroomrisico’s)
Renterisico is het risico dat de reële waarde van toekomstige kasstromen van een financieel instrument fluctueert als gevolg van wijzigingen in marktrentetarieven. Patrimonium loopt renteprijs- en rentekasstroomrisico’s over de rentedragende vorderingen (indien op enig moment aanwezig), liquide middelen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen). Patrimonium beheerst haar renterisico door een evenwichtige portfolio van vast- en variabelrentende opgenomen leningen aan te houden.

Renteprijsrisico’s leningen overheid en kredietinstellingen
Ter beoordeling van het prijsrisico dat Patrimonium loopt, zijn de leningen in onderstaand overzicht ingedeeld in groepen van overeenkomstige contractueel overeengekomen rentepercentages en looptijden:

Leningen vaste rentevoet 2019 (onderhevig aan rentprijsrisico) Renteklasse <3% Renteklasse 3% - 4% Renteklasse 4% - 5% Renteklasse 5% - 6% Renteklasse 6% - 7% Renteklasse >7% Renteklasse Totaal
Restant looptijd:              
1 - 4 jaar 740 1.810 899 10.478 3.452 0 17.379
5 - 9 jaar 17.500 608 7.076 3.736 0 72 28.992
10 - 14 jaar 0 6.632 11.064 3.860 4.479 342 26.377
15 - 19 jaar 319 4.839 11.366 0 0 0 16.524
> 20 jaar 27.500 0 67.935 6.820 0 0 102.255
Totaal 46.169 13.889 98.461 24.894 7.931 414 191.527

Leningen vaste rentevoet 2018 (onderhevig aan renteprijsrisico) Renteklasse <3% Renteklasse 3% - 4% Renteklasse 4% - 5% Renteklasse 5% - 6% Renteklasse 6% - 7% Renteklasse >7% Renteklasse Totaal
Restant looptijd:              
1 - 4 jaar 1.191 2.949 1.172 1.417 0 0 6.729
5 - 9 jaar 0 683 775 15.148 4.112 293 21.010
10 - 14 jaar 0 7.073 14.963 0 4.730 186 26.952
15 - 19 jaar 337 5.038 8.534 4.043 0 222 18.173
> 20 jaar 19.500 0 75.615 6.930 0 0 102.045
Totaal 21.027 15.743 101.058 27.537 8.842 701 174.909

Leningen variabele rentevoet 2019 (onderhevig aan rentekasstroomrisico) Renteklasse <3% Renteklasse 3% - 4% Renteklasse 4% - 5% Renteklasse 5% - 6% Renteklasse 6% - 7% Renteklasse >7% Renteklasse Totaal
Restant looptijd:              
1 - 4 jaar 0 0 0 0 0 0 0
5 - 9 jaar 0 0 0 0 0 0 0
10 - 14 jaar 0 0 0 0 0 0 0
15 - 19 jaar 0 0 0 0 0 0 0
> 20 jaar 12.000 0 0 0 0 0 12.000
Totaal 12.000 0 0 0 0 0 12.000

Leningen variabele rentevoet 2018 (onderhevig aan rentekasstroomrisico) Renteklasse <3% Renteklasse 3% - 4% Renteklasse 4% - 5% Renteklasse 5% - 6% Renteklasse 6% - 7% Renteklasse >7% Renteklasse Totaal
Restant looptijd:              
1 - 4 jaar 0 0 0 0 0 0 0
5 - 9 jaar 0 0 0 0 0 0 0
10 - 14 jaar 0 0 0 0 0 0 0
15 - 19 jaar 0 0 0 0 0 0 0
> 20 jaar 21.500 0 0 0 0 0 21.500
Totaal 21.500 0 0 0 0 0 21.500

De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten, gegroepeerd onder vaste rentevoet, is vast gedurende de gehele looptijd van het instrument. De effectieve rentevoet van de financiële instrumenten gegroepeerd onder variabele rentevoet wordt herzien binnen een jaar, het betreft hier een roll-over lening. De andere financiële instrumenten van Patrimonium zijn niet in de bovenstaande tabel opgenomen, omdat ze niet rentedragend zijn en daardoor niet aan renterisico onderhevig zijn.

De effectieve rentevoet van de leningen overheid en kredietinstellingen bedraagt gemiddeld 3,58% (2018: 3,88%).

Overige kasstroomrisico’s leningen overheid en kredietinstellingen
Onderstaande vervalkalender van de leningenportefeuille geeft inzicht in de jaarlijkse bedragen betreffende de contractueel bepaalde kasstromen uit hoofde van de jaaraflossingen, de eindaflossingen en de renteconversies:

2019 Jaaraflossingen Eindaflossingen Renteconversies
2020 8,2 miljoen 0,2 miljoen 0,1 miljoen
2021 8,4 miljoen 0,2 miljoen 0,1 miljoen
2022 7,4 miljoen 1,5 miljoen 0,1 miljoen
2023 7,4 miljoen 0,5 miljoen 0
2024 5,3 miljoen 2,4 miljoen 0
2025 10,4 miljoen 0,1 miljoen 0
2026 12,7 miljoen 0,4 miljoen 0
2027 5,2 miljoen 5,2 miljoen 0

2018 Jaaraflossingen Eindaflossingen Renteconversies
2019 8,1 miljoen 0,3 miljoen 0
2020 8,4 miljoen 0,1 miljoen 0
2021 8,1 miljoen 0,3 miljoen 0,3 miljoen
2022 7,3 miljoen 1,5 miljoen 0,1 miljoen
2023 7,7 miljoen 0 0,1 miljoen
>2023 91,2 miljoen 61,5 miljoen 1,4 miljoen

De looptijd van de leningenportefeuille overheid en kredietinstellingen bedraagt gemiddeld respectievelijk 10,5 jaar (2018: 12,2 jaar) en 13,8 jaar (2018: 15,9 jaar).

Hierna worden de renterisico’s van de leningenportefeuille per leningsoort toegelicht:

  • De rente van de vastrentende leningen is voor de gehele looptijd gefixeerd dan wel tot het renteherzieningsmoment. Het risico van deze leningen betreft:
    • op het moment van renteherziening indien de rente hoger dan wel lager is dan de oude contractrente;
    • de herfinanciering van de tussentijdse en eindaflossingen van de lening in een nieuwe lening met een hogere dan wel lagere rente.
  • Verlengen tegen een in de leningsovereenkomst opgenomen rentepercentage (putoptie). Het risico van deze lening betreft:
    • op het moment van renteherziening indien de rente hoger dan wel lager is dan de actuele rente voor een vergelijkbare lening;
    • het herfinancieringsrisico van de eindaflossing van de lening in een nieuwe lening met een hogere of lagere rente.
  • De variabele lening heeft een rentetarief dat bestaat uit twee componenten, zijnde een basisrente en een kredietopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de lening. De kredietopslag geldt voor de overeengekomen periode, waarbij de eerste minimale looptijd vijf jaar bedraagt. Na vijf jaar dient een nieuwe kredietopslag met de bank overeengekomen te worden. De kredietopslag van de huidige variabele lening bedraagt 0,13 basispunten.

Kredietrisico
Patrimonium handelt enkel met kredietwaardige partijen en heeft procedures opgesteld om de kredietwaardigheid te bepalen. Tevens heeft Patrimonium richtlijnen opgesteld om de omvang van het kredietrisico bij elke financiële instelling en debiteur te beperken. Bovendien bewaakt Patrimonium voortdurend haar vorderingen en hanteert Patrimonium een strikte aanmaningsprocedure. Door de bovenstaande maatregelen is het kredietrisico voor Patrimonium minimaal. Het maximale kredietrisico aangaande vorderingen, liquide middelen en niet in de balans opgenomen financiële activa is weergegeven onder de desbetreffende toelichtingen. Binnen Patrimonium zijn geen belangrijke concentraties van kredietrisico’s.

Liquiditeitsrisico
Periodiek worden liquiditeitsbegrotingen opgesteld. Door tussentijdse monitoring en eventuele bijsturing worden liquiditeitsrisico’s beheerst. In de liquiditeitsbegrotingen wordt rekening gehouden met beperkte beschikbaarheid van liquide middelen waaronder bankgaranties.

Reële waarde
Voor de variabele leningen loopt Patrimonium het risico dat de reële waarde van de leningen stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. reële waarderisico). Voor deze schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten.

Voor vastrentende langlopende vorderingen en langlopende leningen (€ 184,3 miljoen) loopt Patrimonium het risico dat de reële waarde van de vorderingen en leningen zal dalen respectievelijk stijgen als gevolg van veranderingen in de marktrente (i.c. prijsrisico). Voor deze vorderingen en schulden worden geen financiële derivaten uit hoofde van veranderingen in de marktrente afgesloten.

De reële waarde van de in de balans en niet in de balans opgenomen financiële instrumenten van Patrimonium luidt als volgt:

  Boekwaarde
2019
Boekwaarde
2018
Reële waarde
2019
Reële waarde
2018
Financiële activa        
Vorderingen onder financiële vaste activa 750 2.025 1.408 2.025
Vlottende vorderingen 1.823 2.073 1.823 2.073
Liquide middelen 5.588 6.479 5.588 6.479
  8.161 10.577 8.818 10.577
Financiële verplichtingen        
Langlopende schulden 195.263 157.966 278.532 268.505
Kortlopende schulden 18.581 16.927 11.329 17.951
  213.844 204.894 289.861 286.456

Grondslagen voor de reële waarde
De reële waarde van de financiële instrumenten is bepaald met behulp van beschikbare marktinformatie en schattingsmethoden. De volgende methoden en aannames zijn gebruikt bij de bepaling van de reële waarde van de financiële instrumenten:

Liquide middelen, vorderingen en kortlopende schulden
Gezien de korte looptijd van deze instrumenten benadert de boekwaarde de reële waarde.

Langlopende schulden
De marktwaarde van de langlopende schulden is geschat aan de hand van de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen de geldende marktrente conform de rentecurve d.d. 31 december 2019 (2018: 31 december 2018). Variërend van 1 maandstarief (maandcurve) -0,438% tot en met 30 jaar 0,621% (2018: -0,363% tot en met 1,380%) en de 6 maands curve, 6 maandstarief -0,324% tot en met 50 jaar 0,529% (2018: -0,237% tot en met 1,359%).
Bij de bepaling van de reële waarde is geen rekening gehouden met de WSW credit spread.

Hedges
Patrimonium maakt geen gebruik van rentederivaten (renteswaps of rentecaps). Om die reden zijn hedge-instrumenten (renteswap- en rentecapcontracten) niet van toepassing.

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Voorwaardelijke verplichtingen

WSW obligoverplichting
Leningen van toegelaten instellingen die deelnemer zijn van het WSW worden door het WSW geborgd. Het WSW stelt zich borg jegens de geldgever voor de betaling van de leningsverplichtingen. Op grond van deze borgstelling zijn corporaties verplicht een obligo aan te houden ter grootte van een bepaald percentage van 3,85% (2018: 3,85%) over het schuldrestant van de door hen aangetrokken en door het WSW geborgde leningen. Met deze obligoverplichting staan toegelaten instellingen als deelnemer van het WSW garant voor elkaar. Per 31 december 2019 heeft Patrimonium een aangegane obligoverplichting van € 7,7 miljoen (2018: € 7,5 miljoen).

Deze verplichting is voorwaardelijk: zij is opeisbaar indien de borgstellingsreserve (risico- of garantievermogen) van het WSW niet voldoende is om op grond van aanspraken van geldgevers de betalingsverplichtingen van WSW-deelnemers over te nemen.

Operationele lease
Patrimonium heeft als lessee ultimo 2019 operationele leasecontracten voor 15 bedrijfswagens afgesloten. De toekomstige minimale leasebetalingen daarvan zijn als volgt te specificeren:

  2019 2018
periode <= 1 jaar 99 26
1 jaar < periode <= 5 jaar 92 35
periode > 5 jaar 92 6
Totaal 283 67

In 2019 is een totaalbedrag van € 65 duizend aan leasebetalingen in de winst-en-verliesrekening verwerkt bestaande uit leasetermijnen inzake bedrijfsauto’s. De gemiddelde looptijd van de leasecontracten is 72 maanden waarbij de leasebetaling een vast bedrage per maand is.

Heffing voor saneringssteun
De Autoriteit Woningcorporaties (Aw) heeft aan de corporatiesector een heffing voor saneringssteun opgelegd. Het WSW heeft bij de opvraag van de prognose-informatie 2019-2023 aangegeven dat rekening gehouden moet worden met een heffing voor saneringssteun in de jaren 2019 tot en met 2023 van jaarlijks 1,0% van de jaarlijkse huursom. Op basis van deze percentages en de geschatte jaarlijkse huursom verwacht de corporatie dat de heffing in de komende jaren als volgt zal zijn:

  • 2020: € 438.000;
  • 2021: € 449.000;
  • 2022: € 460.000.
  • 2023: € 475.000

Juridische claims
Er zijn geen claims tegen Patrimonium ingediend.

Overige niet in de balans opgenomen verplichtingen

Aangetrokken, nog niet opgenomen leningen
Patrimonium heeft ultimo 2019 geen leningen aangetrokken met een stortingsdatum na balansdatum voor investeringen en herfinancieringen.

Erfpachtverplichtingen
Ten aanzien van de onroerende zaken in exploitatie zijn erfpachtverplichtingen aangegaan voor een bedrag van in totaal
€ 1.000 per jaar.

Investeringsverplichtingen
Per balansdatum is Patrimonium investeringsverplichtingen aangegaan met betrekking tot de nieuwbouw van sociaal vastgoed. Dit betreft het volgende projecten:

De bouw van 22 tweekamerappartementen (inclusief dagopvang) en een kinderdagverblijf van 60 huurwoningen in Beijum. De totale investering bedraagt naar huidig inzicht € 4,5 miljoen, waarvan € 0,2 miljoen onrendabel. Per 31 december 2019 bedraagt de resterende investeringsverplichting € 4,2 miljoen.

Het onrendabel deel is in de jaarrekening verwerkt. Deze verplichtingen komen naar verwachting tot afwikkeling binnen een periode van 1 jaar na balansdatum.

Er is sprake van niet in de balans opgenomen investeringsverplichtingen voor nieuwbouw van woningen voor een totaalbedrag van € 4,2 miljoen, zijnde het verschil tussen de afgesloten contracten en de per balansdatum uitgevoerde werkzaamheden. Eventueel uit de contracten voorvloeiende verliezen als gevolg van onrendabele investeringen zijn voorzien in de jaarrekening.

Onderhoudsverplichtingen
Er zijn geen buitengewone onderhouds- en renovatieverplichtingen aangegaan in verhouding tot de normale bedrijfsomvang.

Prestatieafspraken
Patrimonium heeft met de gemeente Groningen en de Huurdersorganisatie van Patrimonium geen meerjarige afspraken gemaakt over de ontwikkeling van woningen en energiebesparende maatregelen gedurende 2018-2022.

Verkoop woningen
Op balansdatum is geen sprake van verkochte woningen.

Bankgaranties
Patrimonium heeft geen garanties afgegeven.

Afnameverplichting woningen
Patrimonium heeft zich niet verplicht om bij oplevering van niet verkochte koopwoningen af te nemen.

Aansprakelijkheid VOF en CV-belangen
Patrimonium heeft geen belangen in een VOF of CV.

Aansprakelijkheid bij fiscale eenheid
De corporatie vormt geen fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting of de omzetbelasting. 

Niet in de balans opgenomen activa
Er is per balans datum geen sprake van niet in de balans opgenomen activa.

Toelichting op de winst-en-verliesrekening

Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille

26. Huuropbrengsten

  2019 2018
Woningen en woongebouwen DAEB 38.709 37.448
Woningen en woongebouwen niet-DAEB 611 608
Onroerende zaken niet zijnde woningen DAEB 1 169
Onroerende zaken niet zijnde woningen niet-DAEB 1.572 1.293
  40.893 39.518
Huurderving wegens leegstand -321 -354
Huurderving wegens oninbaarheid 0 -36
26. Totaal 40.572 39.128

De gemiddelde huurverhoging per 1 juli 2019 bedroeg 2,1% (1 juli 2018: 1,2%).

De huuropbrengsten in 2019 bedragen € 40,6 miljoen en zijn daarmee dan € 1,44 miljoen hoger dan de huurinkomsten in 2018 (2018: € 39,1 miljoen). Deze hogere huurinkomsten bestaan voornamelijk uit de doorgevoerde huurverhoging en de in exploitatie genomen nieuwbouw in 2019.

In het kader van de huursombenadering, is de totale huurverhoging voor het van toepassing zijnde deel van de portefeuille 2,3% (2018: 0,2%).

27. Opbrengsten servicecontracten

  2019 2018
Vergoedingen van huurders voor leveringen en diensten 2.198 1.918
Derving wegens oninbaarheid -16 -13
27. Totaal 2.182 1.904

De vergoedingen voor de leveringen en diensten is gestegen als gevolg van een verhoging van de tarieven in verband met de inflatie.

De bedragen die in rekening worden gebracht voor levering en diensten, en overige onroerende en roerende zaken zijn gebaseerd op de geraamde c.q. werkelijke kosten. Zij worden jaarlijks, indien noodzakelijk, aangepast. Jaarlijks vindt afrekening voor een deel van de servicekosten plaats met de huurders met betrekking tot de leveringen en diensten over het voorgaande jaar.

28. Lasten servicecontracten

  2019 2018
Servicecontracten 2.193 1.725
Toegerekende organisatiekosten 0 0
28. Totaal 2.193 1.725

29. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

  2019 2018
Overige opbrengsten -202 -44
Toegerekende organisatiekosten 1886 821
29. Totaal 1684 777

Grondslagen voor de toegerekende organisatiekosten
De toegerekende organisatiekosten aan verhuur, verkoop en beheeractiviteiten volgen uit de kostenverdeelstaat. Daarin worden de organisatiekosten, welke onder andere bestaan uit lonen en salarissen en overige bedrijfskosten, op basis van een interne inschatting van de urenbesteding naar activiteiten verdeeld. Hierbij wordt in hoofdlijnen onderscheid gemaakt naar exploitatie, projectontwikkeling, verkoop en leefbaarheid. De kostenverdeling vindt hoofdzakelijk plaats op basis van fte en loonsom.

Toerekening organisatiekosten

  2019 2018
Lonen en salarissen 3.751 3.278
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 400 354
Overige personeelskosten 1.040 1.365
Overige toe te rekenen kosten 1.949 2.090
Toe te rekenen organisatiekosten 7.141 7.086
     
Organisatiekosten toegerekend aan:    
- Lasten verhuur en beheeractiviteiten 1.886 821
- Lasten onderhoudsactiviteiten 3.820 2.990
- Overige directe lasten exploitatie bezig 0 0
- Lasten behorende tot nettoresultaat verkoop vastgoedportefeuille 41 30
- Leefbaarheid 385 238
- Overige organisatiekosten 1.010 3.007
Totaal toegerekende organisatiekosten 7.141 7.086

De organisatiekosten zijn toegerekend op basis van een kostenverdeelstaat, op basis van het aantal fte en de loonsom. Op basis hiervan is onderstaande verdeelstaat toegepast op de toe te rekenen organisatiekosten:

  2019
FTE
2019
Loonsom
2018
FTE
2018
Loonsom
- Lasten verhuur en beheeractiviteiten 28% 25% 15% 14%
- Lasten onderhoudsactiviteiten 55% 52% 58% 54%
- Overige directe lasten exploitatie bezit 0% 0% 0% 0%
- Lasten behorende tot nettoresultaat verkoop vastgoedportefeuille 1% 1% 0% 1%
- Leefbaarheid 5% 6% 5% 5%
- Overige organisatiekosten 12% 16% 21% 27%
Totaal toegerekende organisatiekosten 100% 100% 100% 100%

Lonen en salarissen
De totale personeelslasten voor Patrimonium bestaan uit de volgende componenten:

  2019 2018
Salarissen 2.845 2.500
Sociale lasten 474 423
Pensioenen 431 355
Overige personeelskosten 1.040 1.365
Totaal 4.791 4.643

Bij Patrimonium waren in 2019 gemiddeld 58 werknemers in dienst (2017: 55). Het aantal fulltime equivalenten bedroeg in 2019 gemiddeld 51,3 fte (2018: 50,1 fte). Deze werknemers waren in 2019 allen in Nederland werkzaam (2018: idem). De uitsplitsing naar organisatie-onderdeel is als volgt (aantal fte):

  2019 2018
Directie/secretariaat 3,3 3,4
Financiële administratie en bedrijfsvoering 11,2 7,4
Verhuur en bewonerszaken 9,7 11,2
Technische dienst 27,1 28,1
Totaal 51,3 50,1

Pensioenlasten
De gehanteerde pensioenregeling van Patrimonium is ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). De belangrijkste kenmerken van deze pensioenregeling:

  • Er is sprake van een ouderdoms- en nabestaandenpensioen.
  • Er is sprake van een middelloonregeling.
  • De pensioenleeftijd is afhankelijk van de AOW pensioenleeftijd.
  • De regeling kent zowel een levenslang als een tijdelijk partner- en wezenpensioen, waarbij het partner- en wezenpensioen is verzekerd op risicobasis.
  • Voor het ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen stelt het bestuur van het pensioenfonds jaarlijks een premie vast met een maximum van 25% van de ouderdomspensioengrondslag respectievelijk 25% van de ouderdomspensioengrondslag gecorrigeerd met de deeltijdfactor.
  • Als de middelen van het pensioenfonds het toelaten, zal het bestuur van het pensioenfonds de ingegane pensioenen en de premievrije aanspraken van gewezen deelnemers aanpassen overeenkomstig de consumentenprijsindex voor alle huishoudens. De toeslagverlening is voorwaardelijk. Er is geen recht op toeslagverlening en het is voor de langere termijn niet zeker of en in hoeverre toeslagverlening zal plaatsvinden. Het bestuur van het pensioenfonds beslist evenwel jaarlijks in hoeverre pensioenuitkeringen en pensioenaanspraken worden aangepast.

De belangrijkste kenmerken van de uitvoeringsovereenkomst zijn:

  • Deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds is verplicht gesteld voor de werknemers en bestuurders van de toegelaten instelling.
  • De toegelaten instelling is uitsluitend verplicht tot betaling van de vastgestelde premies. In geen geval bestaat een verplichting tot bijstorting.
  • Er is geen sprake van recht op teruggave/premiekorting.

De (maand)dekkingsgraad van SPW bedraagt ultimo 2019 113,2% (ultimo 2018: 110,3%). De beleidsdekkingsgraad bedraagt ultimo 2019 110,7% (ultimo 2018: 115,9%). Met deze beleidsdekkingsgraad voldoet het pensioenfonds aan de minimaal vereiste 104,2% die is voorgeschreven door De Nederlandse Bank (DNB). Er is daarom geen sprake van een dekkingstekort. Omdat de beleidsdekkingsgraad lager is dan de vereiste dekkingsgraad van 125,4% is er sprake van een reservetekort. SPW heeft daarom in het eerste kwartaal van 2019 een herstelplan ingediend bij DNB waarin wordt aangetoond hoe het pensioenfonds verwacht dat eind 2023 de dekkingsgraad herstelt tot het niveau van de vereiste dekkingsgraad.

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

  2019 2018
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de xploitatie 400 354
Totaal 400 354

Accountantskosten
De ten laste van het boekjaar gebrachte kosten van de externe accountant en de accountantsorganisatie en het gehele netwerk waartoe deze accountantsorganisatie behoort, zijn als volgt voor Patrimonium:

  2019
Erst & Young Accountants LLP
2019
Totaal
Onderzoek van de jaarrekening 169 169
Andere controleopdrachten 18 18
Adviesdiensten op fiscaal terrein 0 0
Andere niet-controlediensten 0 0
Totaal 187 187

Bovenstaande honoraria voor onderzoek van de jaarrekening is gebaseerd op de totale honoraria voor het onderzoek van de jaarrekening 2019 ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende 2019 zijn verricht.

  2018
Erst & Young Accountants LLP
2018
Totaal
Onderzoek van de jaarrekening 167 167
Andere controleopdrachten 15 15
Adviesdiensten op fiscaal terrein 0 0
Andere niet-controlediensten 0 0
Totaal 182 182

30. Lasten onderhoudsactiviteiten

  2019 2018
Planmatig onderhoud 7.071 4.920
Mutatieonderhoud 476 603
Reparatie-/klachtenonderhoud 4.777 3.805
Toegerekende organisatiekosten 3.820 2.990
30. Totaal 16.143 12.318

31. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

  2019 2018
Belastingen exploitatie 3.006 2.840
Verzekeringen -82 98
Verhuurderheffing 4.141 4.257
Overige directe kosten 358 989
Toegerekende organisatiekosten 0 0
31. Totaal 7.422 8.184

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

32. / 33. / 34.  Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille
Voor het verkochte sociaal en commercieel vastgoed in exploitatie is de boekwaarde de marktwaarde in verhuurde staat. Het in de winst-en-verliesrekening verantwoorde resultaat bij verkoop van vorengenoemd vastgoed is derhalve beperkt, gezien het geringe verschil tussen de opbrengstwaarde en de boekwaarde.

De specificatie van de verkoopresultaten is als volgt:

  2019 2018
32. Verkoopopbrengst 2.128 2.893
Af: verkoopkosten -168 -170
33. Toegerekende organisatiekosten -41 -30
34. Marktwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.194 -1.718
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 725 976

De verkoopopbrengst betreft 12 verkochte woningen (2018: 16 woningen en 1 bedrijfsruimte). Door de verkopen in 2019 is van de herwaarderingsreserve € 0,8 miljoen gerealiseerd.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

35. Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

  2019 2020
Dotatie voorziening onrendabele investeringen -2.158 -3.021
35. Totaal -2.158 -3.021

36. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

  2019 2018
Waardeveranderingen DAEB vastgoed in exploitatie 76.876 73.998
Waardeveranderingen Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2.028 -1.530
36. Totaal 78.904 72.468

Netto resultaat overige activiteiten

37. Opbrengsten overige activiteiten

  2019 2018
Overige opbrengsten 0 0
37. Totaal 0 0

Kosten overige activiteiten

Er zijn geen kosten toegerekend met betrekking tot overige activiteiten.

Overige organisatiekosten

  2019 2018
Kosten uit hoofde van governance 331 115
Toegerekende organisatiekosten 1.010 3.007
Totaal 1.341 3.122

Leefbaarheid

  2019 2018
Leefbaarheidsbijdrage schone woonomgeving/overlast/veiligheid 355 279
Toegerekende organisatiekosten 385 238
Totaal 740 518

Saldo financiële baten en lasten

  2019 2018
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 92 1
Rentelasten op soortgelijke kosten:    
- Rente op leningen overheid en kredietinstellingen -7.462 -7.634
- Borstellingsvergoeding -20 -6
- Overig -48 -94
Totaal -7.438 -7.734

40. Belastingen

Belastingdruk winst-en-verliesrekening
De belastinglast/-bate over het resultaat in de winst-en-verliesrekening bestaat uit de volgende onderdelen:

  2019 2018
Belastingen over resultaat huidig boekjaar -1.858 20
Aanpassingen in verband met belastingen vorige boekjaren 0 2.455
Mutatie latente belastingvorderingen -617 84
Totaal belastingslast/-bate -2.475 2.559

Aansluiting toepasselijk en effectieve belastingtarief
Het toepasselijk (wettelijk) belastingtarief bedraagt 25% (2018: 25%). Het effectieve belastingtarief, zijnde de belastinglast in de winst-en-verliesrekening uitgedrukt als % van het jaarresultaat voor belastingen, bedraagt 2,97% (2018: -3,35%).

  2019
%
2018
%
Nominale belastingdruk 25% 25%
     
Permanente verschillen    
Saneringsheffing 0,00% 0,13%
Dotatie HIR -0,24% 0,00%
Niet aftrekbare kosten 1,24% 0,00%
Opwaardering gebouwen 0,23% 0,00%
Fiscale afschrijvingen -0,03% 0,00%
Fiscale onderhoudslast niet gewaardeerd -0,68% 0,00%
Commercieel waardeverandering marktwaarde -22,96% -24,60%
Mutatie ORT -0,05% 0,00%
Effect tariefsaanpassing/contantmaking 0,00% -0,72%
Correctie vennootschapsbelasting voorgaande jaren 0,00% -3,21%
Afronding en aansluiting -0,12% 0,05%
Mutatie VPB latentie dit boekjaar 0,74% 0,00%
Acute VPB voorgaande jaren -0,16% 0,00%
Effectief tarief 2,97% -3,35%

De afwijking ten opzichte van het nominaal tarief wordt verklaard door de correcties uit voorgaande jaren en afwijkingen met een permanent karakter, niet tot waardering gebrachte tijdelijke verschillen en het verschil tussen de nominale en contante waarde van de latenties. Voor een nadere toelichting verwijzen we naar de toelichting van de latente belastingvorderingen (5).

Bezoldiging van de directie en de commissarissen

De bezoldiging van huidige en gewezen directie en commissarissen die in het boekjaar ten laste van de toegelaten instelling zijn gekomen, bedragen respectievelijk €161.736 (2018: € 156.243) en € 81.965 (2018: € 84.260)

Wet Normering Topinkomens

De WNT is van toepassing op Patrimonium. Het voor Patrimonium toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2019 € 162.000: het WNT-maximum voor de woningcorporaties, klasse F.

Bezoldiging topfunctionarissen

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

bedragen x € 1 A. de Vries
Directeur - bestuurder
Gegevens 2019  
Aanvang en einde functievervulling in 2019 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (in fte) 1
(Fictieve) dienstbetrekking? nee
   
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 140.062
Beloningen betaalbaar op termijn 21.674
Subtotaal 161.736
   
Individueel toepasselijk bezoldingsmaximum 162.000
   
-/- Onverschuldigd betaald bedrag en nog niet terugontvangen bedrag 0
Bezoldiging 161.736
   
Reden waarom de overschrijving al dan niet is toegestaan n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t.
   
Gegevens 2018  
Aanvang en einde functievervulling in 2018 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband 2018 (in fte) 1
Dienstbetrekking ja
   
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 135.473
Belongingen betaalbaar op termijn 20.770
Subtotaal 156.243
   
Individueel toepasselijke bezoldingsmaximum 156.243
   
Bezoldiging 156.243

Toelichting bij de overschrijding in 2018:
De totale bezoldiging voor 2018 bedraagt € 156.243, waardoor sprake is van een overschrijding van € 243. Dit betreft een optische overschrijding conform artikel 3, tweede lid, uitvoeringsregeling WNT, als gevolg van een nabetaling in 2018 van een post welke betrekking heeft op 2017 en derhalve is er geen sprake van een feitelijke overschrijding. In dit bedrag is een nabetaling over 2017 opgenomen van € 738. Er is derhalve geen sprake van een onverschuldigde betaling.

De binnen onze organisatie geïdentificeerde leidinggevende topfunctionarissen met een dienstbetrekking hebben geen dienstbetrekking bij meerdere WNT-plichtige instelling(en) als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan met ingang van 1 januari 2018).

Toezichthoudende topfunctionarissen

  Mr. Drs F.C.A. van der Meulen Dhr. P.W. Pruim Mw. A.W.V. Hak
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling 2019 [01-01] - [31-12] [01-01] - [31-12] [01-01] - [31-12]
       
Bezoldiging      
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 17.296 11.716 11.716
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 24.300 16.200 16.200
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag 0 0 0
Bezoldiging 17.296 11.716 11.716
       
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
       
Toelichting op de vordering wegens overschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
       
       
Gegevens 2018      
Aanvang en einde functievervulling in 2018 [01-01] - [31-12] [01-01] - [31-12] [01-01] - [31-12]
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 16.666 11.266 11.266
Individueel toepasselijke bezoldingsmaximum 23.400 15.600 15.600

  Mw. J.G. Waanders - Kolhoop M. Boer Dr. Ing. J. Veuger Mw/ R.C.E.J. van den Hoogen - Lensen
Functiegegevens Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling 2019 [01-01] - [31-12] [01-01] - [30-06] [01-01] - [31-12] [01-01] - [31-12]
         
Bezoldiging        
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 11.716 6.091 11.716 11.716
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 16.200 8.033 16.200 16.200
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag 0 0 0 0
Bezoldiging 11.716 6.091 11.716 11.716
         
         
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
         
Toelichting op de vordering wegens overschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
         
         
Gegevens 2018        
Aanvang en einde functievervulling in 2018 [01-01] - [31-12] [01-01] - [31-12] [01-01] - [31-12] [01-01] - [31-12]
         
Bezoldiging        
Bezoldiging 11.266 11.266 11.266 11.266
Individueel toepasselijke bezoldingsmaximum 15.600 15.600 15.600 15.600

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met dienstbetrekking die in 2019 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen.

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Samenstelling geldmiddelen

Liquide middelen per 31-12-2018 6.479  
Zeer liquide effecten per 31 december 2018 0  
Geldmiddelen per 31-12-2018 volgens het kasstroomoverzicht   6.479
     
Belansmutatie geldmiddelen in 2019   -919
     
Liquide middelen per 31-12-2019 5.560  
Zeer liquide effecten per 31-12-2019 0  
Geldmiddelen per 31-12-2019 volgens het kasstroomoverzicht   5.560
     
Toelichting op kasstromen    
De geldmiddelen staan vrij ter beschikking van Patrimonium    

Gebeurtenissen na balansdatum bij de jaarrekening

Er is een gebeurtenis na balansdatum die nadere informatie geeft over de feitelijke situatie per balansdatum met mogelijk belangrijke financiële gevolgen voor Patrimonium.

In december 2019 zijn de eerste coronabesmettingen in China waargenomen. Drie maanden later heeft dit geresulteerd in een pandemie met vergaande maatregelen wereldwijd. Ook in Nederland zijn vergaande maatregelen getroffen om de verspreiding van het virus te remmen en de druk op de gezondheidszorg op te vangen. Veel sectoren worden zwaar getroffen door de maatregelen.

De corporatiesector ervaart ook de gevolgen maar niet in de omvang zoals deze voor andere sectoren aan de orde is. De belangrijkste effecten zijn zichtbaar voor het planmatig en dagelijks onderhoud en de huuropbrengsten. Ten gevolge van de maatregelen zijn binnen Patrimonium veel bouwprojecten planmatig onderhoud opgeschort en is dagelijks onderhoud in de woning tot een minimum beperkt. Het aantal huuropzeggingen is afgenomen. Woningen worden pas gemuteerd nadat de huurder is verhuisd. Ook huurders van Patrimonium worden geconfronteerd met het wegvallen van inkomsten en/of werk. Patrimonium zal haar beleid hier op aanpassen, er zullen regelingen worden getroffen met huurders die niet of nauwelijks in staat zijn de huur te betalen. De verwachting voor 2020 is dat er minder kosten worden gemaakt dan begroot, doordat werkzaamheden in de woningen worden opgeschort. En de verwachting is dat de inkomsten lager zijn dan begroot doordat huurders niet in staat zijn de huur te voldoen.

Gezien de snelheid waarmee alle ontwikkelingen zich aandienen, is het ten tijde van het opstellen van de jaarrekening niet volledig te voorspellen wat de financiële impact zal zijn voor Patrimonium. Per saldo is het goed mogelijk dat het financiële resultaat 2020 hoger uitvalt dan begroot omdat de impact van het niet uitvoeren van onderhoud een groter effect zal hebben dan de huurderving. Voor 2021 en verder is het de verwachting dat zal het opschorten van het planmatig onderhoud zal worden ingelopen.

Afzonderlijke primaire overzichten

Algemeen
Op grond van artikel 15 lid 2 en 4 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 heeft Patrimonium onderscheid aangebracht tussen diensten van algemeen economische belang (DAEB tak) en de overige diensten (niet-DAEB tak). Daartoe zijn een afzonderlijke balans, winst-en-verliesrekening en kasstroomoverzicht voor respectievelijk de DAEB tak en de niet-DAEB tak opgesteld.

Aard van de niet-DAEB activiteiten
De niet-DAEB activiteiten van Patrimonium bestaan (conform het door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurde “scheidingsvoorstel”) met name uit bedrijfsonroerendgoed.

Grondslagen voor de splitsing
De belangrijkste uitgangspunten en grondslagen ten aanzien van de afzonderlijke primaire overzichten zijn:

  • Conform het door de Autoriteit Woningcorporaties goedgekeurde “scheidingsvoorstel”, zijn de vastgoedbeleggingen in exploitatie gesplitst naar vastgoed in exploitatie DAEB en niet-DAEB.
  • Met betrekking tot het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie en de gerelateerde voorzieningen is onderscheid gemaakt op projectniveau, op basis van de daadwerkelijke projectplannen en de hieruit voortvloeiende classificatie.
  • In de DAEB-tak van Patrimonium is een post opgenomen inzake de nettovermogenswaarde van de niet-DAEB-tak (gelijk aan het eigen vermogen van de niet-DAEB-tak. Hierdoor is het eigen vermogen van de DAEB-tak gelijk aan het eigen vermogen van de enkelvoudige jaarrekening.
  • De belastinglatenties zijn volledig toegerekend aan de DAEB-tak als ware zij het hoofd van de fiscale eenheid;
  • Ten aanzien van de liquide middelen is geen onderscheid te maken op basis van separate bankrekeningen. De splitsing is gemaakt op basis van de beginstand conform het goedgekeurde scheidingsvoorstel, gecorrigeerd voor de daaropvolgende “gesplitste” kasstromen.
  • Huuropbrengsten en onderhoudskosten zijn voor zover mogelijk gesplitst op basis van koppeling aan het betreffende vastgoed.
  • Voor overige opbrengsten en kosten, heeft Patrimonium een verdeelsleutel toegepast op basis van de huuropbrengsten van het vastgoed in exploitatie DAEB en niet-DAEB.
  • Voor de gescheiden kasstroomoverzichten is een identieke benadering toegepast als voor de gescheiden winst-en-verliesrekeningen.

Enkelvoudige balans DAEB tak per 31 december 2019

(na winstbestemming)

Activa

(in duizenden euro's)

Activa
  2019  
A. VASTE ACTIVA    
II Vastgoedbeleggingen    
DAEB vastgoed in exploitatie 734.026  
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 0  
    734.026
III Materiële vaste activa    
Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 1.442  
    1.442
IV Financiële vaste activa    
Latente belastingvorderingen 1.408  
Overige effecten 1  
Interne lening 14.850  
Netto vermogenswaarde niet-DAEB 17.410  
    33.669
B. VLOTTENDE ACTIVA    
I Voorraden    
Overige voorraden 444  
    444
III Vorderingen    
Huurdebiteuren 483  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 0  
Overige vorderingen 400  
Overlopende activa 882  
    1.765
     
V Liquide middelen   5.140
     
Totaal activa   776.486

Passiva

(in duizenden euro's)

Passiva
  2019  
C. EIGEN VERMOGEN    
Herwaarderingsreserve 430.985  
Overige reserves 132.284  
    563.269
E. VOORZIENINGEN    
Voorziening onrendabele investering 44  
Reorganisatievoorzieining 73  
Overige voorzieningen 306  
    424
F. LANGLOPENDE SCHULDEN    
Schulden/leningen overheid 6.956  
Schulden/leningen kredietinstellingen 188.307  
    195.263
G. KORTLOPENDE SCHULDEN    
Schulden aan overheid 510  
Schulden aan kredietinstellingen 7.986  
Schulden aan leveranciers 3.321  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 1.666  
Schulden ter zake van pensioenen 0  
Overige schulden 392  
Overlopende passiva 3.655  
    17531
     
Totaal passiva   776486

Enkelvoudige winst-en-verliesrekening DAEB tak over 2019

(in duizenden euro's)

  2019  
Huuropbrengsten 38.467  
Opbrengsten servicecontracten 1.982  
Lasten servicecontracten -2.076  
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -1.594  
Lasten onderhoudsactivitetien -15.281  
Overige directe operationele lasten exploitatie in bezit -7.247  
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   14.251
     
Verkoopopbrengst vastgoedportfeuille 1.960  
Verkoopopbrengst intern tussen D/ND 0  
Toegerekende organisatiekosten -41  
Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -1.194  
Boekwaarde verkopen intern tussen D/ND 0  
Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille   725
     
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -2.043  
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 77.578  
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille   75.535
     
Overige organisatiekosten   1.269
Leefbaarheid   740
     
Rentelasten en soortgelijke kosten -7.530  
Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten 91  
Rentebaten interne lening 270  
Saldo financiële baten en lasten   -7.169
     
Resultaat voor belastingen   81.334
     
Belastingen   2.343
Resultaat niet-DAEB tak   1.798
     
Resultaat na belastingen   80.789

Enkelvoudig kasstroomoverzicht DAEB tak 2019

(in duizenden euro's)

  2019  
1. (A) Operationele activiteiten    
Ontvangsten    
1.1 Huren 38.428  
1.2 Vergoedingen 2.283  
1.4 Overige bedrijfsontvangsten 355  
1.5 Ontvangsten interest 47  
1.5b Renteontvangsten interne lening 270  
Saldo ingaande kasstromen   41.382
     
Uitgaven    
1.6 Erfpacht -3  
1.7 Betalingen aan werknemers -3.561  
1.8 Onderhoudsuitgaven -10.661  
1.9 Overige bedrijfsuitgaven -8.661  
1.10a Renteuitgaven (exclusief interne lening) -7.722  
1.11a Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van het resultaat 0  
1.11b Verhuurdersheffing -4.141  
1.12 Leefbaarheid externe uitgaven niet investeringsgebonden -352  
1.13 Vennootschapsbelasting 246  
Saldo uitgaande kasstromen   -34.854
     
Kasstroom uit operationele activiteiten   6.527
     
2. (B) (Des)investeringensactiviteiten    
MVA ingaande kasstroom    
2.1 A Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 2.103  
2.5 A (Des)Investeringensontvangsten overig 2.076  
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   4.179
     
MVA uitgaande kasstroom    
2.6 A Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden -12.589  
2.7 A Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden -5.898  
2.9 A Aankoop, woon- en niet woongelegenheden 0  
2.14 A Investeringen overig -658  
2.15 A Externe kosten bij verkoop -102  
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA   -19.247
     
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA   -15.068
     
FVA    
2.17.3 Ontvangsten aflossing interne lening 0  
Saldo in- en uitgaande kasstroom FVA   0
     
Kasstroom uit (des-)investeringen   -15.068
     
3. (C) Financieringsactiviteiten    
Ingaand    
Ontvangsten interne lening 550  
3.1.1 Nieuwe te borgen leningen 25.500  
Uitgaand    
Aflossing interne lening    
3.2.1 Aflossing geborgde leningen 18.611  
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   7.439
     
Interne overboeking kas   29
     
4.1 Mutatie liquide middelen   -1.072
4.2 Wijziging kortgeldmutaties    
Mutatie geldmiddelen   -1.072
     
Liquide middelen per 1 januari   6.212
Liquide middelen per 31 december   5.140
Mutatie geldmiddelen   -1.072

Enkelvoudige balans niet-DAEB tak per 31 december 2019

(na winstbestemming)

Activa

(in duizenden euro's)

Activa
  2019  
A. VASTE ACTIVA    
II Vastgoedbeleggingen    
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 32.803  
    32.803
B. VLOTTENDE ACTIVA    
I Voorraden    
Overige voorraden 25  
    25
III Vorderingen    
Huurdebiteuren 27  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 0  
Overige vorderingen 23  
Overlopende activa 8  
    58
     
V Liquide middelen   448
     
Totaal activa   33.334

Passiva

(in duizenden euro's)

Passiva
  2019  
C. EIGEN VERMOGEN    
Herwaarderingsreserve 9.438  
Overige reserves 7.972  
    17.410
E. VOORZIENINGEN    
Voorziening onrendabele investering 3  
Voorziening reorganisatie 4  
Overige voorzieningen 15  
    22
F. LANGLOPENDE SCHULDEN    
Interne lening 14.850  
    14.850
G. KORTLOPENDE SCHULDEN    
Schulden aan leveranciers 368  
Belastingen en premies sociale verzekeringen 94  
Schulden ter zake van pensioenen 0  
Overige schulden 203  
Overlopende passiva 388  
    1053
     
Totaal passiva   33334

Enkelvoudige winst-en-verliesrekening niet-DAEB tak over 2019

(in duizenden euro's)

  2019  
Huuropbrengsten 2.105  
Opbrengsten servicecontracten 200  
Lasten servicecontracten -117  
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -90  
Lasten onderhoudsactivitetien -862  
Overige directe operationele lasten exploitatie in bezit -175  
Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille   1.060
     
Verkoopopbrengst intern tussen D/ND 0  
Boekwaarde verkopen intern tussen D/ND 0  
    0
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille -115  
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille 1.326  
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille   1.211
     
Overige organisatiekosten   72
     
Rentebaten interne lening -270  
Saldo financiële baten en lasten   -270
     
Resultaat voor belastingen   1.930
     
Belastingen   132
     
Resultaat na belastingen   1.798

Enkelvoudig kasstroomoverzicht niet-DAEB tak 2019

(in duizenden euro's)

  2019  
1. (A) Operationele activiteiten    
Ontvangsten    
1.1 Huren 2.169  
1.2 Vergoedingen 129  
1.4 Overige bedrijfsontvangsten 20  
Saldo ingaande kasstromen   2.318
     
Uitgaven    
1.7 Betalingen aan werknemers -201  
1.8 Onderhoudsuitgaven -602  
1.9 Overige bedrijfsuitgaven -489  
1.10b Renteuitgaven interne lening -270  
1.11a Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van het resultaat 0  
1.13 Vennootschapsbelasting 14  
Saldo uitgaande kasstromen   -1.547
     
Kasstroom uit operationele activiteiten   771
     
2. (B) (Des)investeringensactiviteiten    
MVA ingaande kasstroom    
2.1 B Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB 0  
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   0
     
MVA uitgaande kasstroom    
2.6 B Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB -32  
2.7 B Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB -7  
2.9 A Aankoop, woon- en niet woongelegenheden niet-DAEB 0  
Tussentelling uitgaande kasstroom MVA   -39
     
Saldo in- en uitgaande kasstroom MVA   39
     
Kasstroom uit (des-)investeringen   39
     
3. (C) Financieringsactiviteiten    
Uitgaand    
3.2.4 Aflossing interne lening -550  
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   -550
     
4.1 Mutatie liquide middelen   182
4.2 Wijziging kortgeldmutaties    
Mutatie geldmiddelen   182
     
Liquide middelen per 1 januari   226
Liquide middelen per 31 december   448
Mutatie geldmiddelen   182

Ondertekening van de jaarrekening

Groningen, 27 mei  2020

ing. A. de Vries
directeur- bestuurder

Raad van commissarissen

De jaarrekening is vastgesteld door de raad van commissarissen op 27 mei 2020

mr. drs. F.C.A. van der Meulen
Voorzitter

P.W. Pruim
Vice-voorzitter

J.G. Waanders – Kolhoop
Lid

A.W.V. Hak
Lid

drs. R.C.E.J. van den Hoogen-Lensen
Lid

dr. ing. J. Veuger MRE FRICS
Lid

Overige gegevens

Statutaire regeling betreffende de bestemming van het resultaat

In de statuten van Patrimonium zijn geen bepalingen opgenomen aangaande de resultaatbestemming. De bestemming vindt plaats overeenkomstig de voorschriften die ter zake voor toegelaten instellingen gelden.

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

Bijlagen

Belanghebbenden

Onze voornaamste belanghebbenden op een rij.

Huurders:

  • HPPG
  • huurdersverenigingen Selwerd, Vinkhuizen, Corpus den Hoorn/Groningen-Zuid, Beijum
  • bewonerscommissie Palladiumflat, Centraal Wonen De Heerd, Radijsstraat, Diamantflat, La Liberté
  • welzijns-/activiteitencommissies seniorencomplexen
  • projectgebonden bewoners/projectadviescommissies bij groot onderhoud
  • Vereniging van Eigenaren (waar Patrimonium huurwoningen beheert)
  • woningzoekenden
  • de Woonbond

Overheden en corporaties:

  • gemeente Groningen: bestuur en beleidsmedewerkers, ambtelijke afdelingen
  • collega-corporaties in de stad Groningen: Lefier, De Huismeesters, Nijestee, Wierden en Borgen
  • collega-corporaties in de periferie: C14 (Groningen Oost; aardbevingsgebied)
  • Autoriteit woningcorporaties
  • WSW

Maatschappelijke organisaties op het terrein van veiligheid, welzijn en zorg:

  • Leger des Heils
  • ZINN
  • Zorggroep Groningen
  • Lentis
  • NOVO
  • Stichting TerWille
  • Limor
  • stichting Diaconale Jongerenhuisvesting CGK
  • stichting Present
  • stichting Exodus
  • VNN
  • Groninger Kredietbank
  • WIJ-teams

Overige belanghebbenden:

  • onderwijsinstellingen
  • Warmtestad (gemeente Groningen, Waterbedrijf, collega-corporaties en eigenaren vastgoed)
  • Grunneger Power (lokale energiecoöperatie)
  • Aedes
  • VTW

Het volgende is in 2018 o.a. besproken met belanghebbenden:

  • ZINN: overleg over algemene zaken, huurbeleid, extra investeringen, beheer locaties De Pelster, Platina, Zuiderflat en nieuwbouw Beukenhorst 
  • Zorggroep Groningen: overleg over nieuwbouw Beijum, een gecombineerd project met de gemeente en De Zijlen
  • Collega-corporaties stad Groningen:
    - overleg informeel corporatiedirecteuren;
    - overleg prestatieafspraken.
  • Collega’s in de regio: C14 overleg, over de waardevermindering van het bezit, veiligheid, schadeafwikkeling, juridische inventarisatie, financiële perikelen, etc .
    De stadse corporaties hebben zich aangesloten bij de corporaties in het Deal gebied inclusief Acantus en Groninger Huis
  • Gemeente Groningen: overleg in het kader van de totstandkoming van de prestatieafspraken, samen met de huurdersorganisatie (later ingeschakeld);
    het bestuurlijke overleg van corporatiedirecteuren, wethouders en ambtelijke top.
  • Directie Waterbedrijf Groningen en bestuurders van aandeelhouders en corporaties (Bestuurlijk Overleg), betrokken bij Warmtestad.
  • Overleg H.W. Mesdagstraat: overleg met het Leger des Heils, buurtcommissie, gemeente en politie.

Convenanten

  • Damocles
  • Warmtestad

Organogram